...........
. TROLLENPAADJES .IN .SCHOONOORD (DRENTHE)

 

Wandelen over trollenpaadjes (= kronkelpaadjes, slingerpaadjes)
Het zijn mooie zandpaadjes die idyllisch door het bos slingeren.
Je kunt hier leuke ommetjes maken van 1 à 2 uur.
Omdat het bos grotendeels op oude zandverstuivingen staat, zijn de
.. paadjes vrijwel altijd droog. Dus geen modderballet.
Je kunt er desgewenst een halve dagwandeling van maken door ook
.. het noordelijk gelegen natuurgebied de Kijl in de route op te nemen.
.. Om daar te komen loop je vanaf heideveldje (zie krt hieronder)
.. ongeveer ½ km noordwest-waarts. Vervolgens bij een akker aangekomen
.. er links omheen.
.. Meteen daar achter bevindt zich
een enorme zwerfkei, de Kielse Kei en
.. het
natuurgebied de Kijl. Het is een mooi begraasd gebied met wat
.. vennetjes en heideveldjes.



Het prachtige winterbos gezien vanuit een achtertuin.


Locatie van het wandelbos:
Het bos ligt aan de westzijde tegen de bebouwde kom (zie kaart).
.. (T
och is het er helemaal stil; alleen in de zomermaanden dringt er
.. enig geluid door van de camping aan de westkant)

Honderd jaar geleden heette dit gebied Heerenkamp
.. (zie oude topografische kaart verderop). Het was dus een kamp, d.w.z.
.. een individuele ontginning.
.. Tegenwoordig heet dit driehoekige bosgebied: 45 Bunder (zie kaart).


Trollenpaadjes (= slingerpaadjes, kronkelpaadjes):
- Op de kaart hieronder staan ze allemaal ingetekend.
- Het bos tussen de Camping en het Heideveldje is een saaie mono-
..culture
van Grove dennen (met hier en daar een Zwarte den).
. Als onderbegroeiing was er een hakhout van Amerikaanse eik.
. Dat is in 2016 verwijderd en in 2018 gedeeltelijk vervangen door jonge
..aanplant van Douglasspar.
. In dat saaie gebied loont het niet om smalle, slingerende paadjes te maken.

... TROLLENPAADJES. in .SCHOONOORD (Drenthe)

De driehoek met bos is bijna een rechthoekige driehoek.
Het Oranjekanaal vormt de ene 'rechthoekszijde', de boslaan langs de woningen
.. de andere... Ze zijn allebei ongeveer 1 km lang.
De schuine zijde van de driehoek is de grens met Molecaten Park Kuierpad
Het gebouwtje bij de IJsbaan is een goed startpunt voor de wandeling.
De rode streepjeslijnen zijn de mooiste paadjes.
De pijlen geven een voorbeeld van een aardig rondje.
Halverwege heb je dan een pauzepunt: de zitbank ten noorden van het
.. heideveldje. (De Gletsjerkuil) .


Bijzondere geologische en historische elementen:
1. Het veentje (een door hoogveenvorming verland ven) midden in de kaart.
... Dit is waarschijnlijk een depressie ontstaan door uitwaaiing.
... Het is in het verleden ooit uitgeveend geweest, maar nu al weer
... helemaal dichtgegroeid. Het wordt tijd dat SBB hier de bovenste meter
... laat verwijderen.
2.
Het heideveldje in de droge kuil.
... Op de topografische kaart wordt het gletsjerkuil genoemd.
... Dit is een dróge pingo-ruïne. Deze komen veel minder voor dan de natte.
...
Hier is bodem goed doorlatend, waardoor er Struikhei en Pijpestrootje
... groeien. De laatste vooral in de schaduw onder bomen en in de
... vochtige, oostelijke tip.
3. De houtwallen rondom:
... Deze werden vroeger overal aangelegd als veekering rond de kampen.
... (kamp = individuele ontginning). Ook Heerenkamp had dergelijke wallen.


Leeftijd van dit bos:
De onderstaande kaart toont de situatie rond 1900.
Het grootste deel van het Ellertsveld was toen nog heideveld/zandverstuiving),
maar de individuele ontginning Heerenkamp had al veel bos.
Vanwege de vroegere zandverstuivingen zijn er hoogteverschillen van enkele
meters.

De ondergrond is lemig, waardoor plaatselijk het regenwater niet goed wegzakt.


Heerenkamp rond 1900. Een kamp is een individuele ontginning.
De houtwallen als afscheiding rond de ontginning zijn goed zichtbaar op deze oude kaart.

Een aanzienlijk deel van het bos is aangelegd op stuifduinen, maar op een aantal plaatsen
.... is de ondergrond lemig.


Het Bosbeheer:
Dit is grotendeels omgevormd van traditioneel naar ecologisch.

Door middel van groepenkap en dunning probeert men een gevarieerd
bos te maken.
Hierdoor zijn er veel
open plekken. Dus naast schaduwrijke ook zonnige
plekken. Dit maakt het geschikt voor een groot aantal planten- en
diersoorten.




De ijsbaan is aangelegd op een uitgestoven laagte.
Vlak voor de winter wordt ze onder water gezet.
In de zomer is het vochtig grasland.


Leuk paadje bovenop d
e wal ten westen van de ijsbaan.


Boomlaag met veel uitheemse nááldboomsoorten:
Tussen een klein aantal
inheemse boomsoorten (Beuk, Wintereik,
Ruwe berk, Grove den) staan veel uitheemse nááldboomsoorten.
Hierdoor is het bos 's winters niet kaal.
Aanwezige exoten zijn oa. :
-
Californische Cypres (Chamaecyparis lawsoniana)
. "Naalden" zijn schubvormig en klein.
. De boom heeft een overhangende topscheut en is meestal
. meerstammig.
. (Er staan enige Californische Cypressen ten westen van het veentje vlak
. bij de keienweg. Langs het pad vind je daar ook jonge opslag.)
-
Japanse larix (Larix kaempferi),
. Naalden staan op de kortloten in rozetten (kransjes).
. In de herfst kleuren ze goudgeel en vallen daarna af. Boom is winterkaal.
-
Fijnspar (Picea abies)
. Naalden zijn aan beide zijden groen (onderzijde mogelijk iets lichter
. groen).
. Ze hebben een geelachtig puntje en zijn 1 - 2 ½ cm lang.
. Lange kegels zonder drietandige dekschubben.
-
Douglasspar (Pseudotsuga menziesii),
. Naalden op een dun voetje; verspreid langs de twijg; grotendeels in een
. plat vlak.
Na wrijven sinaasappelgeur.
. Korte kegels met drietandige dekschubben die ver buiten de
. zaadschubben
steken.
. (Zie het perceel ten oosten van het heideveldje. Daar staat Douglasspar-
..gemengd
met Japanse larix. )
- Westerse hemlockspar (Tsuga heterophylla)
. Naalden met ongelijke lengte en slechts 1 - 2 cm lang.
. Onderzijde grijswit
.
. De boom heeft een overhangende top en is vaak dubbelstammig.
. (Er staan enige hemlocksparren in een groepje naaldbomen langs het
. voetpad.ten
oosten van de camping. Ook zie je veel jonge opslag van
. deze boomsoort rondom
het veentje)
-
Zwarte den (Pinus nigra)
. 2 naalden per bundel en 8 - 16 cm lang ( i.t.t. Grove den die 2 - 7 cm zijn).
. De stam is donker en recht ( in tegenstelling tot Grove den die bovenaan
. een
roodbruine stam heeft).
. (Langs het weggetje ten zuidwesten van het heideveldje zie je tussen de
..Grove
dennen ook enkele Zwarte dennen staan. Hier kun je ze vergelijken)
-
Amerikaanse eik (Quercus rubra).

. Bladeren zijn lang gesteeld (2-5 cm) en hebben spitse bladslippen.
. Schors van de stam is ruw, maar niet gegroefd.



.
Het veentje is een door hoogveenvorming verland ven.
... Er zijn in het verleden afwateringssloten gegraven en het is uitgeveend geweest.
... Doordat daarna de sloten niet afgedamd zijn, groeide het opnieuw snel dicht met
... berken en dennen.

.. Wordt wakker SBB ! Het is tijd om hier een metertje veen af te graven.


Struiklaag:
Deze bestaat hoofdzakelijk uit:
1. de jonge boompjes van bovengenoemde boomsoorten,
2. enkele veelvoorkomende
inheemse struiken:
... - Hulst (Ilex aquifolium)
..... Meestal een vrij smalle struik, maar soms een lage boom.
..... Blad: dik, leerachtig en bovenzijde glanzend donkergroen.
..... De bladeren van de onderste takken doornachtig getand; bovenin
..... minder.
..... De rode steenvruchten blijven tot diep in de winter aan de struik zitten
..... (ze zijn minder in trek bij de vogels)
... - Wilde lijsterbes (Sorbus aucuparia)
..... Meestal als veelstammige struik, zelden als lage boom.
..... Blad veervormig samengesteld; herfstkleur: rood.
..... De oranjerode vruchten zijn geliefd bij vogels en daardoor snel
..... verdwenen.
3. enkele veelvoorkomende
uitheemse struiken:
... - Amerikaans krenteboompje (Amelanchier lamarckii)
..... Brede struik tot 5 m hoog; soms klein boompje
..... Blad: bij het uitlopen roodbruin; herfstkleur fraai oranjerood.
..... Bloei: overhangende trossen van witte, langgesteelde bloemen.
... - Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina)
..... Meestal hoge struik in Nederland, maar kan uitgroeien tot middelgrote.
..... boom De afgeschilde bast stinkt sterk naar amandelen.
..... Er zitten lange horizontale lenticellen op de bast.



Ten noorden van het bos de 45 Bunder verschijnt meteen dit saaie bosperceel.
.. We zien een open dennenbos met daaronder op sommige plekken jonge aanplant
.. van Douglasspar. Voor de recreatie weinig geschikt.


De gletsjerkuil, gezien vanaf het paadje op de oostrand van de kuil.
De kuil heeft een voedselarme, doorlatende bodem en is daarom begroeid met Struikhei.
Alleen op de natte plekken vind je ook wat Gewone dophei. (Deze laatste is meer
.. een moerasplant dan een heideplant Ze komt daarom meer voor in het veentje).


De gletsjerkuil, nu vanaf de bank aan de zuidzijde.
Onder de opgeslagen bomen ( eiken en dennen) is er te veel schaduw voor Struikhei
.. en neemt Pijpestrootje (Molinia caerúlea) het over.
Ook de oostelijke tip net buiten de gletsjerkuil staat vol Pijpestrootje.
.. Reden: door ontwatering ontstonden op dit horizontale terrein grotere fluctuaties
.. in de waterstanden en dat is in het voordeel van Pijpestrootje.
Het mooie kunstwerk in de boom is een overblijfsel van een voormalige
.. Natuurkunstroute.

Minpuntjes in het "45 Bunder" bos:
1. Enkele kronkelpaadjes zijn door het langdurige gebruik zeer slecht
begaanbaar. Er zijn daar veel
blootliggende wortels.
Het opbrengen van een dun zanddek zou hier wonderen doen.
2. Er zijn nog enkele percelen met lelijke monocultures.
SBB snel de zaag erin !



Slingerend paadje door het prachtige bosperceel ten zuiden van de gletsjerkuil.
.. De Douglassparren hebben hier al mooie afmetingen.
Het perceel bestaat uit een mengsel van:
.. 1. Douglasspar ( een aanwinst voor het bos: want wintergroen en majestueus)
.. 2. Japanse larix ( géén aanwinst: wij hebben inheemse winterkale boomsoorten genoeg).



• Normaliter houden konijnen door hun vraat de jonge hulst in toom.
.. Nu er in dit bos al een flink aantal jaar geen konijnen zijn, kan ze ongestoord opgroeien.
...Vooral op de open plekken zoals in het bosperceel ten oosten van de ijsbaan.


Zoogdiernieuws:
In 2018 hadden onze dassen drie jongen.

.
Een van de ingangen van de dassenburcht in november 2018.
De dassenburcht is gemakklijk te onderscheiden van een vossenhol.
.. De das krabt namelijk de losse uitgegraven aarde buiten de ingang nog een eind verder
.. weg. Hierdoor ontstaat er een geul in de hoop uitgegraven aarde.



Mei 2018: Er woont een Boommartervrouwtje met 2 jongen in een
boomholte van een Grove den aan de zuidzijde van het Veentje.
Je ziet daar op de kaart een rood streepjespad zuidoostwaarts.
Als je vanaf het veentje dat pad inloopt, dan zit die boomholte meteen in
de eerste Grove den aan de linkerkant (aan de oostzijde halverwege de
stam) Zie ook foto hieronder.
Tijdens enkele warme dagen in begin mei kon ik het vrouwtje goed bekijken,
want het stak toen langdurig de kop naar buiten. Ik kon zelfs de geel/oranje
bef zien. Ook hoorde je de jongen geluid maken.
Op 23 mei 20.48 uur zag ik door de verrekijker de verhuizing van het
drietal. Het vrouwtje pakte een jong uit de boomholte en sleepte het mee
in de bek zoals een kat haar kittens.
Zij klimt dan behendig met dat halfgrote jong in de bek een stuk naar
beneden over de stam en springt vervolgens met jong en al naar een struik
en verdwijnt.
Ondertussen houdt het andere jong zijn kop uit de opening.
Na vier minuten was het vrouwtje weer terug en sleepte nu het tweede
jong. Daarna verscheen niemand meer in de opening en was de boomholte
dus leeg.
Ik zal komende dagen eens kijken of ze in het perceel 100 m zuidwestwaarts
zitten. Op de kaart zie je daar het getal 45 staan. Het is een mooie wildernis
met veel dekking.


In een Grove den aan de rand van het Veentje bevindt zich een boomholte (zie pijl).
Daarin kreeg een Boommartervrouwtje in 2018 drie jongen.
Al na enkele dagen is er één overleden. De andere twee heeft ze succesvol grootgebracht.

Als de jongen zeven weken oud zijn, worden ze steeds actiever en
klimmen ze rond in het inwendige van de boomholte. De moeder gaat
dan op zoek naar een ruimere woning waar de jongen zich goed kunnen ontwikkelen.
Zij verhuist het gezin regelmatig binnen haar territorium. Dat kan zijn
naar een boom met betere klimmogelijkheden (grotere holte, ruwere
bast), maar ook naar holen in de grond, roofvogelnesten en takkenhopen. 

Zie ook achteraan het Volkskrantartikeltje over de Boommarter.

Juni 2016: Het gaat goed met de wolven in Duitsland.
De eerste werd er gezien in het jaar 2000 en nu ( 2016) zijn het er al ± 350.
In Niedersachsen kwam de wolf in 2007 en nu zijn het er daar ook al 70.
De populatie zit in de fase van de exponentiele groei. Dan gaat het hard.
Er komen er ieder jaar bijna 30 % bij.
Dus nog even geduld en we hebben ons eerste paartje tussen Assen en
Emmen.

Een mooie lezing over dit onderwerp vind je hier:
.. Nieuw venster Wölfe - Was kommt da auf uns zu?
... Vortrag von Wolfsexperte Ulrich Wotschikowsky

Een mooie documentaire uit 2017:
.. Familie Wolf - Gefährliche Nachbarn?
.. DOKU -Wie die Wölfe in Niedersachsen leben
.. Nieuw venster www.youtube.com/watch?v=k1ro-ZSOS_M

Nieuws over wolven in Nederland zie:
..... Nieuw venster www.wolveninnederland.nl/nieuws

Eind maart 2015 heeft dassenburcht weer nieuwe bewoners gekregen.
Helaas wordt hun rust verstoord door iemand die meent takjes over een
van de ingangen te moeten leggen.
Zaterdag 7 maart 2015 liep ik ten zuiden van het Oranjekanaal en stond
rond 17.00 uur (dus overdag) oog in oog met de eenjarige wolf Punkti.
Hij was totaal niet schuw. Dit is zéér ongebruikelijk !
Ook al was deze zwerfwolf een vreemd geval, het is toch bijzonder om na
meer dan een eeuw een van de eerste terugkerende wolven in ons land te
ontmoeten.
Het dier was afkomstig uit Niedersachsen, waar het dier uiteindelijk ook naar
terug liep. Dit was de eerste zekere wolf in Nederland in anderhalve eeuw.
Najaar 2013 is de verlaten dassenburcht weer kortstondig bewoond
geweest.
Uitzwervende jonge Dassen hadden de grote burcht in gebruik genomen.
Een waaiervormige hoop uitgegraven aarde lag er voor een ingang en een
aantal andere ingangen waren weer bladvrij gemaakt.
Let ook op hun prenten (mini-berenprenten !).
Helaas zijn ze in december al weer vertrokken.
Overlast crossmotoren? wandelaars met honden ? Wie het weet mag het
zeggen. Gelukkig heeft een vos enkele maanden later de burcht betrokken
en juni 2014 had ze 4 jongen die heerlijk buiten speelden.


De Schoonoordse zwerfwolf was de eenjarige probleemwolf Punkti
.. van de Truppenübungsplatz Munster.

Hij is korte tijd na zijn zwerftocht door een vrachtauto overreden.
Opvallend bij een wolf zijn o.a. een volle, hangende staart en lange poten.
.. Dit laatste komt op deze foto niet uit de verf.


Vogelnieuws:
Begin maart 2015 vloog bij wijze van uitzondering een hele groep Raven
over het dorp. Normaal hoor je die echter weinig roepen
(diep, herhaald korrp)
Oktober 2014 waren er vijf nachten Bosuilen te horen.
dit is heel uitzonderlijk, want normaal hoor ik ze hier nooit
(mannetje: vibrerende zang, vrouwtje roept kewick !).
IHet moet hier dan ook een zéér goed muizenjaar geweest zijn.
Helaas was het in november al weer voorbij. Wel roept er een Ransuil
(in de avondschemering).
(Voor meer informatie over deze vogels zie www.vogelbescherming.nl )


De trollen van Schoonoord:
Trollen  zijn grappige kereltjes met een
lange neus en een staart.
Je zult ze overdag niet tegenkomen op hun
trollenpaadjes (smalle slingerpaadjes)
Ze lopen hier alleen 's nachts.
Trollen vergeten soms om zich te verbergen
bij zonsopgang. Ze veranderen dan in een kei.
Aan de rand van het Heideveldje zie je een
aantal van dergelijke versteende trollen
liggen.


Benodigdheden:
Maak een afdruk van de bovenste kaart.

Goed startpunt en tevens finish:
De ingang van de IJsbaan aan het Oranjekanaal.

Goed pauzepunt:
De zitbank ten noorden van het heideveldje
, waar je mooi over de
heide kijkt.


Weet je aanvullingen en verbeteringen van deze tekst?
Graag een e-mail naar:

e-mailadres

 

. .... . ... .

LAATST BIJGEWERKT : 7-1-2019

 

Hieronder volgen nog enkele leuke krantenartikelen over interessante
dieren bij onze trollenpaadjes:

Boommarter

Volkskrant, 20 september 2010 :
Boommarters zoeken vergt engelengeduld

Sommige natuurliefhebbers ontwikkelen een passie voor één bepaald dier of plantje.
Vandaag deel zeventien van een zomerserie over enthou-
siaste specialisten: spoorzoeker Aaldrik Pot.


Door: Monica Wesseling

Glimlachend: „Eigenlijk wilde ik wolvenonderzoeker worden, maar we
hebben hier geen wolven. Dus werd het de boommarter. Dat is ook
een roofdier, dat ook vooral door sporenonderzoek te vinden is, en hij
leeft ook nog eens in mijn favoriete biotoop, het bos. En ja, het moest
wel een nachtdier zijn; ik ben nou eenmaal geen ochtendmens.”

Ook natuuronderzoekers zoals Aaldrik Pot, die in het dagelijks leven boswachter is bij Staatsbosbeheer in de kop van Drenthe, kunnen knap pragmatisch zijn: marter in plaats van wolf, nachtdier om uit te kunnen
slapen. Maar dat maakt hem niet minder fanatiek.
Boommarters leven verborgen en zijn – met naar schatting 400 dieren
– in Nederland behoorlijk zeldzaam. „Je kunt in de gebieden met een
lage verspreidingsgraad, daar waar ik naar boommarters speur, dus
een heel jaar onderzoeker zijn zonder er ook maar één te zien”,
vertelt Pot terwijl hij de stam van een beuk nauwkeurig bekijkt, op
zoek naar krabsporen. „Ik heb daar niet zo’n moeite mee. Er gebeurt
altijd wel wat in het bos. Is het geen houtsnip die opschrikt, dan is het
wel een das die in de schemer je pad kruist. Je moet dus wel een
beetje ’alleseter’ zijn om het leuk te houden.”

Dat is nog licht uitgedrukt. Onderzoek in een nieuw gebied start in
de wintermaanden met het overdag in kaart brengen van
boomholten, de mogelijke kraamkamers in het komende voorjaar.
Dagen achtereen loopt Pot naar boven te turen. Het turen is doorbijten,
„maar als het eenmaal voorjaar is, kan ik uitwerpselen gaan zoeken! Vrouwtjes met een nest ontlasten zich op een verticale tak nabij
het nest.
Zie je zo’n poephoop groeien, dan weet je dat er iets aan
de hand is.”

Latrines zoeken heeft nu weinig zin – de voortplantingsperiode is
immers voorbij – dus houdt Pot de blik op stam en bodem. De pas erin
zetten is geen optie, want dan worden wellicht waardevolle sporen vermorzeld. Plots steekt de groene man een dunne donkere drol aan
een stokje en brengt het naar zijn neus. „Deze stinkt te erg.
Vermoedelijk is het van een steenmarter. Het is geen sluitend bewijs,
maar ik heb al aan zoveel marteruitwerpselen geroken dat ik denk
het verschil te kennen.”

Door maar weer, uur na uur in slenterpas. Onder een boom ligt
een bergje veren afkomstig van een zanglijster. Helaas geen
marterspoor, maar het restant van een roofvogelmaal. Ook leuk, maar
we zijn nu al vijf uur onderweg en hebben nog geen spoor gezien, laat
staan een heuse marter.

„Nee, natuurlijk niet”, zegt Aaldrik Pot. „Tijdens het onderzoek
overdag maak je weinig kans. Echt leuk wordt het als je een latrine
hebt gevonden. Dan kun je ’s nachts gaan posten. En dan komt het voor
dat je een vrouwtje haar hol ziet verlaten om op jacht te gaan. Dan kun
je met een camera aan een hengel het aantal jongen gaan tellen. Dat
is echt super. Het is me dit voorjaar nog gebeurd; de derde nacht, drie jongen!”




Das

Volkskrant, 1 november 2014 :
Het koddige loopje van de das

Er bestaat bijna geen socialer dier dan de das, vindt
boswachter Aaldrik Pot.
Een familie leeft samen in een burcht. Bedden worden
verschoond en er zijn latrines.
Bezoek van andere dieren is welkom, tenzij er net een
jong is geboren
.

Door: Caspar Janssen 

De eerste keer dat ik een das zag, een levende das, was ik meteen
verkocht. Die grote witte kop met die zwarte banden eroverheen, die kraaloogjes, die wat koddige manier van lopen, maar vooral het besef
dat hij hoort bij het landschap waarvan ik houd: bos, afgewisseld door
een kleinschalig agrarisch landschap.

'De verleiding om de das te vermenselijken is groot.
Dassen wonen in familieverband in een burcht, in een huis met
verschillende kamers. Dat zie je maar met weinig dieren.
In de slaapruimtes maken ze een fijn bedje, van takjes, stro en
zelfs riet. Het fascinerende is dat ze dat bed ook verschonen.
Als het bed vies is, trekken ze alles naar buiten, daarna brengen ze
weer nieuw materiaal naar binnen.
En hij poept netjes in latrines, rondom de burcht.

'Daarnaast kleeft aan de das een sprookjesachtig imago.
Dat heeft ongetwijfeld te maken met het boek The wind in the
willows
, wereldwijd een van de bekendste kinderboeken. Dat boek
kun je lezen als een ode aan het idyllische Engelse landschap van
voor de moderne landbouw.
De das, de badger, verenigt in dat boek twee of meerdere karakters.
Hij is nurks, maar tegelijkertijd best wijs, hij is graag op zichzelf, maar
toch ook gastvrij.

Andere dieren op bezoek

'Het is grappig als je ziet wat zich in werkelijkheid allemaal afspeelt
rondom zo'n dassenburcht. Dan zit er weer een boommarter in, of een
bunzing, dan brengt een vos er zijn jongen in groot, dan neemt een wasbeerhond zijn hol in beslag. Ik heb er al een keer een bosuil uit zien vliegen. En je ziet er voortdurend vogeltjes die er van alles aan het
doen zijn, dus blijkbaar is er genoeg voedsel te vinden.
Er gebeurt dus van alles. En dassen lijken eigenlijk alleen dominant in
hun burcht als ze zelf jongen hebben.

'Dassen zijn schuw, en leven, ondanks hun slechte zicht, 's nachts.
Ik ben er niet van overtuigd dat ze van oorsprong ook nachtdieren
waren. Bij rustig gelegen burchten zijn ze ook wel met daglicht actief.


'We zien veel op cameravallen, maar ik zit nog regelmatig 's avonds
in de buurt van een burcht.
Als ze naar buiten komen, gaat eerst die neus omhoog.
Ze zullen
hun burcht niet uitkomen als ze ruiken dat je er een paar uur eerder
hebt gelopen. Als de wind goed staat, kan het gebeuren dat ze je niet
in de gaten hebben.

Slim en onbeholpen

Ik heb meegemaakt dat jonge dasjes bijna over mijn schoenen liepen
zonder me op te merken. Of dat een volwassen das pas op één meter
afstand het idee kreeg: dit vertrouw ik niet, en vervolgens met een
grote boog om ons heen waggelde.

'Hij lijkt wat onbeholpen, maar tegelijkertijd is hij best slim.
Enerzijds komen dassen makkelijk onder een auto, anderzijds
weten ze, ondanks hun slechte zicht, heel goed voedsel te vinden.
Ik heb eens twee kilometer een das gevolgd die doelbewust naar een Amerikaanse bosbesstruik liep. Hij wist feilloos dat die bessen net rijp
waren, hij had zelfs een tijdelijke slaapplek gemaakt onder die struik.

'De das is een roofdier. Hij eet eigenlijk alles, van egels en
regenwormen tot mais en bessen. Hij is ook een opportunist.
In Zweden komen dassen, vanwege een overvloed aan bessen, soms
de uitgestrekte bossen nauwelijks uit, in Nederland richten dassen
zich ook op het boerenland, dat overal dichtbij is. Dat heeft dus als
nadeel dat ze voortdurend wegen moeten oversteken.

Dassentunnels

'Je kunt zeggen dat de das is gered, er zijn er nu ongeveer vierduizend,
maar in de jaren tachtig waren er nog maar een paar honderd, vanwege
de enorme toename van het aantal wegen en het verdwijnen van
kleinschalig boerenland. 

'Door de aanleg van dassentunnels heeft de populatie zich weten te herstellen. Nu stagneert de groei, in ieder geval in mijn werkgebied,
in de Kop van Drenthe. Belangrijke burchten worden niet bezet, omdat
ze worden omringd door wegen, en voor dassentunnels is nog maar
zelden geld.

'Het zijn vooral de vrouwtjes die in mijn onderzoeksgebied op
cruciale momenten, als ze net aan het zogen zijn, worden dood-
gereden.

Die jonge dasjes overleven het dan vaak niet, zonder de zorg van
hun moeder. We hebben hier een burcht waarvan de moeder werd doodgereden.
Een opvolgster voor die moeder staat dan niet direct klaar. Dus zijn er
nu al twee jaar geen jongen geboren.

Een extreem risicovollemaand

'De weerstand tegen dassen lijkt toe te nemen. Burchten worden
vernield, dassen worden, net als vossen en roofvogels, vaker vervolgd.
Door wie? In ieder geval door mensen die een hekel hebben aan
roofdieren. 

Er doen ook fabeltjes de ronde.
Dat dassen grote invloed zouden hebben op de weidevogelstand
bijvoorbeeld. In Engeland heerst runder-tbc. Ook dassen hebben dat,
maar het is nooit bewezen dat dassen het kunnen verspreiden onder
runderen. Toch zijn er in Engeland duizenden dassen afgeschoten.
Zonder enig effect.
In Nederland is er geen runder-tbc, en er is nog nooit een das gevonden
die het heeft. Toch is er angst.

'De schade aan gewassen van boeren is wel reëel, al kunnen boeren
een schadevergoeding krijgen.

Straks, als het koud wordt, gaan dassen in winterrust, ze blijven meer
in hun burcht, in februari werpen ze dan jongen.
Maar eerst moeten ze november nog door, een extreem risicovolle
maand. Dassen keren vaak net voor de ochtendschemering terug
naar hun burcht.
In november valt dat moment samen met de verkeerspiek
in de
ochtend. En dat betekent: veel doodgereden dassen. Tenzij mensen
60 gaan rijden, in plaats van 80 of 100, op deze landelijke wegen.'

. Spelende jonge dassen

.

 

Vos

Volkskrant, 7 februari 2015 :
De slimme, kieskeurige vos is al sinds mensenheugenis vervolgd

Vossen worden vaak afgebeeld als aaibaar en intelligent óf als kwaadwillend en roofzuchtig.
Voor bioloog Jaap Mulder zijn ze vooral studiemateriaal. Roofdier, omnivoor, plaatsgebonden en een beetje familieziek, zegt hij.

Door: Caspar Janssen

'Hij is intelligent. In de zin dat hij leert van eerdere gebeurtenissen.
Hij is ontzettend voorzichtig en heeft een scherp oog voor dreigend
gevaar. Zo zijn vossen bijna niet te vangen in kooien, ook al ligt er iets
heel lekkers.
Hij ruikt voorzichtig, met zijn neus naar voren en de poten naar
achteren, en dan draait hij zich om en loopt weg.
Die voorzichtigheid is in de vos gaan zitten door eeuwenlange
bestrijding, door de wedren tussen de slimste jager en de slimste vos.
De vossen met de beste tactiek, vossen die bijvoorbeeld nachtactief
werden, hebben zich voortgeplant, de anderen niet.

'Daarnaast weet hij juist heel goed gebruik te maken van de
mogelijkheden die zich voordoen. Hij is een opportunist, en een
omnivoor, hij eet bijna alles.
Het liefst konijnen en woelmuizen, zoals veldmuizen, dat is zijn
hoofdvoedsel, maar hij kan ook uren onder een kersenboom
doorbrengen, hij houdt van gevallen fruit, hij eet bessen en in de
duinen eet hij vogelkers.
In de Oostvaardersplassen leven vossen in het voorjaar bijna volledig
van ganzenkuikens. Ook eet hij volop dode beesten.

Kieskeurig

'Sommige dieren eet hij dan weer niet. Kikkers en padden negeert
hij, mollen en spitsmuizen vindt hij niet lekker.
In Engeland zijn proeven gedaan naar de voorkeuren van de vos.
Ze hebben allerlei soorten vlees langs een looproute van een vos
gelegd. Met een volle maag gedroeg hij zich heel anders dan met
een lege maag.
Ook met een volle maag at hij een veldmuis direct op. Maar vogels
bewaarde hij. Die vindt hij eigenlijk helemaal niet lekker. Hij eet ze
pas als er niet voldoende ander voedsel voorhanden is.

'Ik heb hier een hele reeks boeken staan met vossen in de hoofdrol, kinderboeken vooral. In sommige boekjes is hij echt een schurk, in
andere boekjes is het een lief dier. Ik krijg ook vaak cadeautjes van
mensen, knuffelvossen. Het tekent onze dualistische kijk op de vos.
Enerzijds is hij aaibaar, vanwege die mooie, intelligente kop, die
aansprekende kleur en die witte staartpluim.
Anderzijds is de vos sinds mensenheugenis vervolgd, als roofdier
waar we last van hadden, en vanwege zijn wintervacht waarvan
je prachtige jassen kunt maken.


'We zaten vroeger alle roofdieren achter de vodden. Jachtopzieners
waren de hele dag bezig om het favoriete wild van jagers in leven te
houden, en de concurrentie te bestrijden.
De vos kwam in de jaren vijftig van de vorige eeuw alleen nog voor in
het oosten en zuiden van ons land. En ook daar niet algemeen,
vanwege het gif en de klemmen.
Die vorm van bestrijding is eind jaren zestig verboden. De jachtwereld
kreeg toen ook minder invloed. Sindsdien heeft de vos zich weer
verspreid over het land.

Natuurlijke vijand

'De natuurlijke vijand van de vos is de vos zelf. Vossen zijn heel
territoriaal. Dat betekent dat het na een tijdje vol zit en dat er niet
meer bij komen.
Een vossenpaar heeft een territorium, met een burcht, waarvan ze
eigenlijk alleen gebruik maken in de voortplantingstijd. In dat
territorium blijven ze in principe hun hele leven, dat kan zomaar acht
jaar zijn. Begin april worden doorgaans drie tot zeven jongen geboren, afhankelijk van de voedselvoorraad en de populatiedichtheid.
Als je gaat bestrijden en je verdunt de populatie daadwerkelijk, neemt
het aantal jongen in een worp toe. Want het territorium kan groter
worden, waardoor de vrouwtjes in betere conditie komen.
In een natuurlijke populatie daalt de grootte van de worp naar 3 tot
4 jongen.

'Die jongen krijgen vanaf augustus geen voedsel meer en gaan dan in
het najaar een eigen plek zoeken.
In die zoektocht sterven veel eerstejaarsvossen. Want ze begeven zich voortdurend in de territoria van andere vossen. Dat ruiken ze, dat geeft
stress, en ze worden overal weggejaagd. Daardoor hebben ze ook geen
tijd om te jagen. Zo vermageren ze sterk en sterven vaak. Die sterfte
blijft onzichtbaar, dat weet je alleen als je ze een zender meegeeft.
In de ogen van veel mensen is de enige dood van de vos het geweer,
de natuurlijke sterfte zien ze niet.

Jongen

'Als de voedselrijkdom in een territorium groot is, sluiten zich vaak
meerdere vrouwtjes aan bij een paartje, vaak dochters uit vorige
worpen. In dit soort populaties neemt slechts 30 tot 40 procent deel
aan de voortplanting. Mannetjes uit andere territoria passeren wel,
en paren met die vrouwtjes, maar de vrouwtjes resorberen hun
embryo's, die worden weer opgenomen in hun lichaam.
Als ze toch geboren worden, eet de moeder ze op.
Vermoedelijk omdat ze, als tweede vrouwtje, geen ondersteuning
heeft van een mannetje.

'Toch komt het soms voor dat er twee worpen zijn in een territorium.
Die tweede vrouwtjes brengen hun jongen dan naar hetzelfde nest als
die van het alfavrouwtje. Haar jongen profiteren zo mee van de
prooiaanvoer van het alfamannetje. Blijkbaar wordt dat, incidenteel, getolereerd.

'Dit soort gedrag bij vossen is onbegrijpelijk als je niet ook hun
verleden hebt bestudeerd. Ze leven lang en in dat lange leven
ontwikkelen zich allerlei verhoudingen. Ze weten wie hun buren zijn,
soms raken families met elkaar vervlochten.
Veel gedrag is uit al die individuele en onderlinge geschiedenissen
te verklaren. Dat maakt vossen ook zo fascinerend. Het gebeurt niet
meer tegenwoordig, maar het zou een prachtig project zijn: tien jaar
lang een lokale groep vossen volgen. Pas dan krijg je werkelijk inzicht
in al die gecompliceerde verhoudingen en het gedrag van individuele
dieren. En uiteindelijk heb je dan een familie-epos.'







Volkskrant, 14 februari 2015 :
De buizerd is lomp en lui, maar efficiënt

Als het lui kan, doet de buizerd het lui. En daarom is hij zo'n succesvolle roofvogel, zegt Valentijn van Bergen, die een
vertrouwd gezicht is geworden voor de buizerds in Zuidoost-Friesland
.

Door: Caspar Janssen

'Hij is het boegbeeld van de Nederlandse roofvogels. Zie je een grote
vogel op een paaltje, in het open land of langs de snelweg, dan is
het negen van de tien keer een buizerd. Soms zijn ze wit, soms zijn
ze donker, maar het zijn allemaal buizerds. Een van de kenmerken
van buizerds is het verschil in kleurstellingen.

'Je herkent hem ook aan zijn houding. Hij ziet er wat lomper uit dan bijvoorbeeld de havik, die is ieler, en zit meestal verscholen in de
bossen.
Ook in de vlucht ziet de buizerd er wat steviger uit. De buizerd is
een echte zwever. Ze gaan het liefst op de wieken op een mooie dag
met een beetje thermiek, dan zweeft hij op de opstijgende warme lucht.
Actief vliegen doen ze vooral in de baltsperiode, dat herken je aan de
diepe vleugelslagen. En dan dat karakteristieke geluid, het miauwen,
dat zo bij het Hollandse voorjaar hoort.

'Hij heeft het imago van een lompe, luie roofvogel. En dat is hij in
principe ook. Als het lui kan, doet een buizerd het lui. Dat wil vooral
zeggen dat hij een flexibele vogel is, en een opportunist.
Ze zijn gek op aas. En dode beesten vinden ze langs de snelweg volop.
Daar, in de bermen, vinden ze ook hun belangrijkste stapelvoedsel:
kleine knaagdieren, en vooral: de veldmuis.
In de winterperiode zien we buizerds ook vaak gewoon op de grond
zitten, dan eten ze regenwormen.

Stabiele stand

'De buizerd is zo'n succesvolle vogel omdat hij heel efficiënt met zijn
energie omgaat. Hij hoeft niet per se te vliegen om zijn kostje bij
elkaar te scharrelen. Hij kan het wel, en in slechte voedseljaren vangt
hij ook vogels, maar doorgaans kan hij zich gewoon vanaf zijn zitpost
laten vallen om voedsel te verzamelen.

'Hij komt nu weer algemeen voor.
In de jaren zestig was de buizerd bijna uitgestorven. Vanwege het
gebruik van schadelijke pesticiden in de landbouw.
Dat is sinds de jaren zeventig teruggedrongen en uiteindelijk verboden.
De buizerd heeft zich sindsdien perfect hersteld. Er is nu een stabiele
stand, met zo'n tienduizend broedparen.

'Ik volg hier, in Zuidoost-Friesland, al zo'n vijftien jaar, vanaf mijn 12de,
samen met andere vrijwilligers, een groep buizerds. Ongeveer 50 paar.
Puur uit interesse voor vogels. We monitoren, we ringen de jonge
vogels, we meten eieren, we kijken naar de prooien, naar het gedrag,
naar de verspreiding van de jongen, naar de overleving.
Vanaf dit jaar gaan we een aantal nesten intensief volgen met
wildcamera's, om nog meer te leren over de broedbiologie.

'Je leert die vogels in de loop der jaren kennen. Bijvoorbeeld een
vrouwtje dat ik, vijftien jaar geleden, nog als nestjong in de handen
heb gehad.
We weten inmiddels dat ze een volbloedzusje heeft, dat ook heel
succesvol is en in ditzelfde gebied broedt.
En ze heeft een zoon, uit 2007, die ook binnen enkele kilometers van
het nest succesvol is.
Door het verzamelen van al die data weten we dat jonge vogels
gemiddeld binnen 7,5 kilometer van hun geboorteplaats een territorium stichten. Heel dichtbij dus.
Die nestjongen vliegen uit, gaan rondzwerven, en komen vervolgens
weer terug. Dit gebied is vol, maar toch blijven ze het proberen.
Blijkbaar voelt dit als thuis. Eén vrouwtje heeft hier twee jaar terug
zelfs jongen grootgebracht op het nest waar ze zelf geboren is.
We vermoeden dat ze haar eigen moeder heeft afgemaakt voor
dat territorium.

Monogaam

'De territoria van buizerds zijn vrij klein voor een zo grote roofvogel,
1 tot 1,5 km².
De Nederlandse buizerds blijven ook gedurende de winter hier, in hun territorium.

'Als er hier een territorium vrijkomt, wordt dat direct bezet door een
nieuw stel. Buizerds zijn in principe na een jaar geslachtsrijp, maar
ze komen hier vaak pas in de derde, vierde of vijfde zomer tot broeden.
Het is dringen voor een plek. In ons onderzoeksgebied komt roofvogel-vervolging relatief weinig voor, maar je zou er ook vooral mee bereiken
dat nieuwe, jonge stellen kunnen gaan broeden.

'Buizerds staan erom bekend dat ze een opgaande thermiekbel perfect
weten te vinden. Echt een bijzonder fenomeen in het voorjaar: tientallen buizerds die zweven in één thermiekbel. Ze tolereren elkaar, ze vallen
elkaar niet echt aan, er wordt wel veel geroepen. Dat kunnen wel
twintig individuen zijn, die allemaal een territorium bezetten. Het lijkt
haast een vergadering, alsof ze de kadasterkaart aan het bespreken
zijn. Op een gegeven moment zie je ze weer afglijden. En omdat wij
die vogels herkennen, weten wij: die zit daar, en die daar, en ja, ze
glijden allemaal af in de goede richting.

'Buizerds kunnen oud worden, wel 25 jaar. Een span kan gedurende
hun hele gezamenlijke leven hetzelfde territorium bezetten. Ze zijn
over het algemeen monogaam. Ook als het vrouwtje een redelijk slecht mannetje heeft, of andersom, blijven ze vaak nog heel lang bij elkaar.

'De vogels herkennen mij ook. Ik klim bij hun nest, ik kom hun jongen
ringen. Als ik in de buurt ben, volgen ze mij, en beginnen ze te roepen.
Want ze hebben een hekel aan mij. Je ziet dan wel een behoorlijk
verschil in karakter, dat varieert van agressief tot gelaten.
Eén vogel in ons gebied staat bekend om haar agressie.
Dit vrouwtje valt in het voorjaar voorbijgangers aan, vooral kale, hardlopende mannen.
Maar ook mensen op fietsen. Het is een soort overdreven bescherming van het territorium. Ze zet dan echt even haar klauwen in zo'n kaal hoofd.

'Ik kijk anders naar de buizerds dan zij naar mij. Als ik langs het
territorium kom van de vogels die ik heb geringd, denk ik altijd: ah, ze
zijn er nog. Dat voelt als een weerzien met bekenden.'


 

. .... . .... .