......... .TROLLENPAADJES .IN .SCHOONOORD (DRENTHE)

 

Wandelen over trollenpaadjes ( = kronkelpaadjes, slingerpaadjes):
Het zijn mooie zandpaadjes die idyllisch door het bos slingeren.
Je kunt hier leuke ommetjes maken van 1 à 2 uur.
Omdat het bos grotendeels op oude zandverstuivingen staat, zijn de paadjes
vrijwel altijd droog. Dus geen modderballet.
Je kunt er desgewenst een halve dagwandeling van maken door ook het
noordelijk gelegen natuurgebied de Kijl in de route op te nemen.
Om daar te komen loop je vanaf heideveldje (zie krt hieronder) ongeveer ½ km
noordwest-waarts. Vervolgens bij een akker aangekomen er links omheen.
Meteen daar achter bevindt zich
een enorme zwerfkei, de Kielse Kei en het
natuurgebied de Kijl. Het is een mooi begraasd gebied met wat vennetjes en
heideveldjes.



Het prachtige winterbos gezien vanuit een achtertuin.


Locatie van het wandelbos:
Het bos ligt aan de westzijde tegen de bebouwde kom (zie kaart hieronder).
.. (T
och is het er helemaal stil; alleen in de zomermaanden dringt er enig geluid
.. door van de camping aan de westkant)

Honderd jaar geleden heette dit gebied Heerenkamp (zie oude topografische
.. kaart verderop). Het was dus een kamp = individuele ontginning.
.. (Tegenwoordig heet dit driehoekige bosgebied: 45 Bunder.)


Trollenpaadjes (= slingerpaadjes, kronkelpaadjes):
- Op de kaart hieronder staan ze allemaal ingetekend.
- Het bos tussen de Camping en het Heideveldje is een saaie monoculture
. van Grove dennen (met hier en daar een Zwarte den ertussen).
. Als onderbegroeiing is er een hakhout van Amerikaanse eik.
. Daar loont het dan ook niet om smalle, slingerende paadjes te maken.

... TROLLENPAADJES. in .SCHOONOORD (Drenthe)

De driehoek met bos is bijna een rechthoekige driehoek.
Het Oranjekanaal vormt de ene 'rechthoekszijde', de boslaan langs de woningen de andere.
.... Ze zijn allebei ongeveer 1 km lang.
De schuine zijde van de driehoek is de grens met Molecaten Park Kuierpad
Het gebouwtje bij de IJsbaan is een goed startpunt voor de wandeling.
De rode streepjeslijnen zijn de mooiste paadjes.
De pijlen geven een voorbeeld van een aardig rondje.
Halverwege heb je dan een mooi pauzepunt: de zitbank ten noorden van het heideveldje
.... (De Gletsjerkuil)
.


Bijzondere geologische en historische elementen:
Er zijn hier twee vormen van pingoruïnes:
1. Het veentje (moerasje) midden in de kaart. Dit is een (natte) pingoruïne.
... Het pingomeertje is hier geleidelijk dichtgegroeid met veen. Dit is de meest
... voorkomende vorm.
2.
Het heideveldje in de droge kuil (met lage randwal).
... Op de topografische kaart wordt het gletsjerkuil genoemd.
... Dit is een dróge pingoruïne. Deze komen veel minder voor.
... Hier is bodem goed doorlatend, waardoor er Struikhei en Pijpestrootje groei-
... en. De laatste vooral in de schaduw onder bomen en in de ontwaterde
... oostelijke tip.
3. De houtwallen rondom:
... Deze werden vroeger overal aangelegd als veekering rond de kampen.
... (kamp = individuele ontginning). Ook Heerenkamp had dergelijke wallen.


Leeftijd van dit bos:
De onderstaande kaart toont de situatie rond 1900.
Het grootste deel van het Ellertsveld was toen nog heideveld/zandverstuiving),
maar de individuele ontginning Heerenkamp had al veel bos.
Vanwege de vroegere zandverstuivingen zijn er hoogteverschillen van enkele
meters.




Heerenkamp rond 1900. Een kamp is een individuele ontginning.
De houtwallen als afscheiding rond de ontginning zijn goed zichtbaar op deze oude kaart.


Het Bosbeheer:
Dit is grotendeels omgevormd van traditioneel naar ecologisch.

Door middel van groepenkap en dunning probeert men een gevarieerd bos te
maken.
Hierdoor zijn er veel open plekken. Dus naast schaduwrijke ook zonnige plekken.
Dit maakt het geschikt voor een groot aantal planten- en diersoorten.


Boomlaag met veel uitheemse nááldboomsoorten:
Tussen een klein aantal
inheemse boomsoorten (Beuk, Wintereik, Ruwe berk,
Grove den) staan veel uitheemse nááldboomsoorten. Hierdoor is het bos
's winters niet kaal.
Aanwezige exoten zijn:
-
Californische Cypres (Chamaecyparis lawsoniana)
. "Naalden" zijn schubvormig en klein.
. De boom heeft een overhangende topscheut en is meestal meerstammig.
. (Er staan enige Californische Cypressen ten westen van het veentje vlak bij de
. keienweg. Langs het pad vind je daar ook jonge opslag.)
-
Japanse larix (Larix kaempferi),
. Naalden staan op de kortloten in rozetten (kransjes).
. In de herfst kleuren ze goudgeel en vallen daarna af. Boom is winterkaal.
-
Fijnspar (Picea abies)
. Naalden zijn aan beide zijden groen (onderzijde mogelijk iets lichter groen).
. Ze hebben een geelachtig puntje en zijn 1 - 2 ½ cm lang.
. Lange kegels zonder drietandige dekschubben.
-
Douglasspar (Pseudotsuga menziesii),
. Naalden op een dun voetje; verspreid langs de twijg; grotendeels in een plat
.. vlak.
Na wrijven sinaasappelgeur.
. Korte kegels met drietandige dekschubben die ver buiten de zaadschubben
. steken.
. (Zie het perceel ten oosten van het heideveldje. Daar staat Douglasspar ge-
..mengd
met Japanse larix. )
- Westerse hemlockspar (Tsuga heterophylla)
. Naalden met ongelijke lengte en slechts 1 - 2 cm lang. Onderzijde grijswit.
. De boom heeft een overhangende top en is vaak dubbelstammig.
. (Er staan enige hemlocksparren in een groepje naaldbomen langs het voetpad
..ten
oosten van de camping. Ook zie je veel jonge opslag van deze boomsoort
. rondom
het veentje)
-
Zwarte den (Pinus nigra)
. 2 naalden per bundel en 8 - 16 cm lang ( i.t.t. Grove den die 2 - 7 cm zijn).
. De stam is donker en recht ( in tegenstelling tot Grove den die bovenaan een
. roodbruine stam heeft).
. (Langs het weggetje ten zuidwesten van het heideveldje zie je tussen de
..Grove
dennen ook enkele Zwarte dennen staan. Hier kun je ze vergelijken)
-
Amerikaanse eik (Quercus rubra).

. Bladeren zijn lang gesteeld (2-5 cm) en hebben spitse bladslippen.
. Schors van de stam is ruw, maar niet gegroefd.


.
Het veentje werd de laatste decennia door slootjes te veel ontwaterd. Hierdoor groeide het
in korte tijd dicht met berken en dennen. Dit is ongewenst en daarom zijn de slootjes af-
gedamd en de boomopslag weer verwijderd
.



De ijsbaan vlak voor de winter. Ze wordt dan onder water gezet.


Struiklaag:
Deze bestaat hoofdzakelijk uit:
1. de jonge boompjes van bovengenoemde boomsoorten,
2. enkele veelvoorkomende
inheemse struiken:
... - Hulst (Ilex aquifolium)
..... Meestal een vrij smalle struik, maar soms een lage boom.
..... Blad: dik, leerachtig en bovenzijde glanzend donkergroen.
..... De bladeren van de onderste takken doornachtig getand; bovenin minder.
..... De rode steenvruchten blijven tot diep in de winter aan de struik zitten
..... (ze zijn
minder in trek bij de vogels)
... - Wilde lijsterbes(Sorbus aucuparia)
..... Meestal als veelstammige struik, zelden als lage boom.
..... Blad veervormig samengesteld; herfstkleur: rood.
..... De oranjerode vruchten zijn geliefd bij vogels en daardoor snel verdwenen.
3. enkele veelvoorkomende
uitheemse struiken:
... - Amerikaans krenteboompje (Amelanchier lamarckii)
..... Brede struik tot 5 m hoog; soms klein boompje
..... Blad: bij het uitlopen roodbruin; herfstkleur fraai oranjerood.
..... Bloei: overhangende trossen van witte, langgesteelde bloemen.
... - Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina)
..... Meestal hoge struik in Nederland, maar kan uitgroeien tot middelgrote.
..... boom De afgeschilde bast stinkt sterk naar amandelen.
..... Er zitten lange horizontale lenticellen op de bast.


Minpuntjes:
1. Enkele kronkelpaadjes zijn door het langdurige gebruik zeer slecht begaan-
baar. Er zijn daar veel
blootliggende wortels.
Het opbrengen van een dun zanddek zou hier wonderen doen.
2. Er zijn nog enkele percelen met lelijke monocultures. SBB snel de zaag erin !


.
Waar het heideveldje in de kuil een erg doorlatende bodem heeft, vinden we Struikhei.
Alleen op de natte plekken is er Gewone dophei. (Deze laatste is meer een moerasplant dan
.. een heideplant Ze komt dan ook veel voor in het veentje).
Onder de opgeslagen bomen ( eiken en dennen) is er te veel schaduw voor Struikhei en
.. neemt Pijpestroote (Molinia caerúlea) het over.
Ook de oostelijke tip staat vol Pijpestrootje. Reden: door ontwatering ontstonden daar gro-
.. tere fluctuaties in de waterstanden en dat is in het voordeel van Pijpestrootje.
Het mooie kunstwerk in de boom is een overblijfsel van de laatste Natuurkunstroute.


Zoogdiernieuws:
Juni 2016: Het gaat goed met de wolven in Duitsland.
De eerste werd er gezien in het jaar 2000 en nu ( 2016) zijn het er al ± 350.
In Niedersachsen kwam de wolf in 2007 en nu zijn het er daar ook al 70.
De populatie zit in de fase van de exponentiele groei. Dan gaat het hard.
Er komen er ieder jaar bijna 30 % bij.
Dus nog even geduld en we hebben onze eerste roedel tussen Assen en Emmen.
Een mooie lezing over dit onderwerp vind je hier:
.. Nieuw venster Wölfe - Was kommt da auf uns zu?
... Vortrag von Wolfsexperte Ulrich Wotschikowsky
Nieuws over wolven in Nederland zie:
..... Nieuw venster www.wolveninnederland.nl/nieuws
Eind maart 2015 heeft dassenburcht weer nieuwe bewoners gekregen.
Het betreft dassen, want dassen krabben de losse uitgegraven aarde buiten de
ingang nog een eind verder weg. Hierdoor ontstaat er een min of meer diepe
geul in de hoop uitgegraven aarde.
Helaas wordt hun rust verstoord door iemand die meent takjes over een van de
ingangen te moeten leggen.
Om extra aanloop bij de burcht te voorkomen, zal ik vanaf nu niets meer over
het wel en wee van de dassenburcht op de website vermelden.
Zaterdag 7 maart 2015 liep ik ten zuiden van het Oranjekanaal en stond rond
17.00 uur (dus overdag) oog in oog met een heuse jonge wolf.
Hij was totaal niet schuw. Dit is zéér ongebruikelijk !
Ook al was het dan een vreemd geval, het is toch bijzonder om na meer dan
een eeuw een van de eerste terugkerende wolven in ons land te ontmoeten.
Najaar 2013 is de verlaten dassenburcht weer kortstondig bewoond geweest.
Uitzwervende jonge Dassen hadden de grote burcht in gebruik genomen.
Een waaiervormige hoop uitgegraven aarde lag er voor een ingang en een aan-
tal andere ingangen waren weer bladvrij gemaakt.
Let ook op hun prenten (mini-berenprenten !).
Helaas zijn ze in december al weer vertrokken.
Overlast crossmotoren? wandelaars met honden ? Wie het weet mag het zeg-
gen. Gelukkig heeft een vos enkele maanden later de burcht betrokken en juni
2014 had ze 4 jongen die heerlijk buiten speelden.


De Schoonoordse "wandelwolf" was een jonge uitzwervende wolf.
Hij is korte tijd na zijn zwerftocht door een vrachtauto overreden.


Vogelnieuws:
Begin maart 2015 vloog bij wijze van uitzondering een hele groep Raven
over het dorp. Normaal hoor je die echter weinig roepen (diep, herhaald korrp)
Oktober 2014 waren er vijf nachten Bosuilen te horen.
dit is heel uitzonderlijk, want normaal hoor ik ze hier nooit
(mannetje: vibrerende zang, vrouwtje roept kewick !).
IHet moet hier dan ook een zéér goed muizenjaar geweest zijn.
Helaas was het in november al weer voorbij. Wel roept er een Ransuil
(in de avondschemering).
(Voor meer informatie over deze vogels zie www.vogelbescherming.nl )


De trollen van Schoonoord:
Trollen  zijn grappige kereltjes met een
lange neus en een staart.
Je zult ze overdag niet tegenkomen op hun
trollenpaadjes (smalle slingerpaadjes)
Ze lopen hier alleen 's nachts.
Trollen vergeten soms om zich te verbergen bij zonsopgang. Ze veranderen dan in een kei.
Aan de rand van het Heideveldje zie je een
aantal van dergelijke versteende trollen liggen.


Benodigdheden:
Maak een afdruk van de bovenste kaart.

Goed startpunt en tevens finish:
De ingang van de IJsbaan aan het Oranjekanaal.

Goed pauzepunt:
De zitbank ten noorden van het heideveldje
, waar je mooi over de heide kijkt.


Weet je aanvullingen en verbeteringen van deze tekst?
Graag een e-mail naar:

e-mailadres

En tot slot: veel wandelplezier !
Piet Smulders, 2012

 

. ... . ... .

 

Hieronder volgen nog enkele leuke krantenartikelen over interessante dieren
in ons bos:

Volkskrant, 1 november 2014 :
Het koddige loopje van de das

Er bestaat bijna geen socialer dier dan de das, vindt boswachter Aaldrik Pot.
Een familie leeft samen in een burcht. Bedden worden verschoond en er zijn latrines.
Bezoek van andere dieren is welkom, tenzij er net een jong is ge-
boren
.

Door: Caspar Janssen 

De eerste keer dat ik een das zag, een levende das, was ik meteen verkocht. Die grote witte kop met die zwarte banden eroverheen, die kraaloogjes, die wat koddige manier van lopen, maar vooral het besef dat hij hoort bij het landschap waarvan ik houd: bos, afgewisseld door een kleinschalig agrarisch landschap.

'De verleiding om de das te vermenselijken is groot.
Dassen wonen in familieverband in een burcht, in een huis met verschillende kamers. Dat zie je maar met weinig dieren.
In de slaapruimtes maken ze een fijn bedje, van takjes, stro en zelfs riet.
Het fascinerende is dat ze dat bed ook verschonen. Als het bed vies is, trekken ze alles naar buiten, daarna brengen ze weer nieuw materiaal naar binnen.
En hij poept netjes in latrines, rondom de burcht.

'Daarnaast kleeft aan de das een sprookjesachtig imago.
Dat heeft ongetwijfeld te maken met het boek The wind in the willows, wereldwijd een van de bekendste kinderboeken. Dat boek kun je lezen als een ode aan het idyllische Engelse landschap van voor de moderne landbouw.
De das, de badger, verenigt in dat boek twee of meerdere karakters.
Hij is nurks, maar tegelijkertijd best wijs, hij is graag op zichzelf, maar toch ook gastvrij.

Andere dieren op bezoek

'Het is grappig als je ziet wat zich in werkelijkheid allemaal afspeelt rondom zo'n dassenburcht. Dan zit er weer een boommarter in, of een bunzing, dan brengt een vos er zijn jongen in groot, dan neemt een wasbeerhond zijn hol in beslag. Ik heb er al een keer een bosuil uit zien vliegen. En je ziet er voortdurend vogeltjes die er van alles aan het doen zijn, dus blijkbaar is er genoeg voedsel te vinden. Er gebeurt dus van alles. En dassen lijken eigenlijk alleen dominant in hun burcht als ze zelf jongen hebben.

'Dassen zijn schuw, en leven, ondanks hun slechte zicht, 's nachts.
Ik ben er niet van overtuigd dat ze van oorsprong ook nachtdieren waren.
Bij rustig gelegen burchten zijn ze ook wel met daglicht actief.


'We zien veel op cameravallen, maar ik zit nog regelmatig 's avonds in de buurt van een burcht.
Als ze naar buiten komen, gaat eerst die neus omhoog.
Ze zullen hun burcht niet uitkomen als ze ruiken dat je er een paar uur eerder hebt gelopen. Als de wind goed staat, kan het gebeuren dat ze je niet in de gaten hebben.

Slim en onbeholpen

Ik heb meegemaakt dat jonge dasjes bijna over mijn schoenen liepen zonder me op te merken. Of dat een volwassen das pas op één meter afstand het idee kreeg: dit vertrouw ik niet, en vervolgens met een grote boog om ons heen waggelde.

'Hij lijkt wat onbeholpen, maar tegelijkertijd is hij best slim.
Enerzijds komen dassen makkelijk onder een auto, anderzijds weten ze, ondanks hun slechte zicht, heel goed voedsel te vinden. Ik heb eens twee kilometer een das gevolgd die doelbewust naar een Amerikaanse bosbesstruik liep. Hij wist feilloos dat die bessen net rijp waren, hij had zelfs een tijdelijke slaapplek gemaakt onder die struik.

'De das is een roofdier. Hij eet eigenlijk alles, van egels en regenwormen tot mais en bessen. Hij is ook een opportunist.
In Zweden komen dassen, vanwege een overvloed aan bessen, soms de uitgestrekte bossen nauwelijks uit, in Nederland richten dassen zich ook op het boerenland, dat overal dichtbij is. Dat heeft dus als nadeel dat ze voortdurend wegen moeten oversteken.

Dassentunnels

'Je kunt zeggen dat de das is gered, er zijn er nu ongeveer vierduizend, maar in de jaren tachtig waren er nog maar een paar honderd, vanwege de enorme toename van het aantal wegen en het verdwijnen van kleinschalig boerenland. 

'Door de aanleg van dassentunnels heeft de populatie zich weten te herstellen. Nu stagneert de groei, in ieder geval in mijn werkgebied, in de Kop van Drenthe. Belangrijke burchten worden niet bezet, omdat ze worden omringd door wegen, en voor dassentunnels is nog maar zelden geld.

'Het zijn vooral de vrouwtjes die in mijn onderzoeksgebied op cruciale momenten, als ze net aan het zogen zijn, worden doodgereden.
Die jonge dasjes overleven het dan vaak niet, zonder de zorg van hun moeder. We hebben hier een burcht waarvan de moeder werd doodgereden.
Een opvolgster voor die moeder staat dan niet direct klaar. Dus zijn er nu al twee jaar geen jongen geboren.

Een extreem risicovollemaand

'De weerstand tegen dassen lijkt toe te nemen. Burchten worden vernield, dassen worden, net als vossen en roofvogels, vaker vervolgd. Door wie?
In ieder geval door mensen die een hekel hebben aan roofdieren. 

Er doen ook fabeltjes de ronde.
Dat dassen grote invloed zouden hebben op de weidevogelstand bijvoorbeeld. In Engeland heerst runder-tbc. Ook dassen hebben dat, maar het is nooit bewezen dat dassen het kunnen verspreiden onder runderen. Toch zijn er in Engeland duizenden dassen afgeschoten. Zonder enig effect.
In Nederland is er geen runder-tbc, en er is nog nooit een das gevonden die het heeft. Toch is er angst.

'De schade aan gewassen van boeren is wel reëel, al kunnen boeren een schadevergoeding krijgen.

Straks, als het koud wordt, gaan dassen in winterrust, ze blijven meer in hun burcht, in februari werpen ze dan jongen.
Maar eerst moeten ze november nog door, een extreem risicovolle maand. Dassen keren vaak net voor de ochtendschemering terug naar hun burcht.
In november valt dat moment samen met de verkeerspiek
in de ochtend. En dat betekent: veel doodgereden dassen. Tenzij mensen 60 gaan rijden, in plaats van 80 of 100, op deze landelijke wegen.'
. Spelende jonge dassen

.

 


Volkskrant, 7 februari 2015 :
De slimme, kieskeurige vos is al sinds mensenheugenis vervolgd

Vossen worden vaak afgebeeld als aaibaar en intelligent óf als kwaadwillend en roofzuchtig.
Voor bioloog Jaap Mulder zijn ze vooral studiemateriaal. Roofdier, omnivoor, plaatsgebonden en een beetje familieziek, zegt hij.

Door: Caspar Janssen

'Hij is intelligent. In de zin dat hij leert van eerdere gebeurtenissen.
Hij is ontzettend voorzichtig en heeft een scherp oog voor dreigend gevaar.
Zo zijn vossen bijna niet te vangen in kooien, ook al ligt er iets heel lekkers.
Hij ruikt voorzichtig, met zijn neus naar voren en de poten naar achteren, en dan draait hij zich om en loopt weg.
Die voorzichtigheid is in de vos gaan zitten door eeuwenlange bestrijding, door de wedren tussen de slimste jager en de slimste vos.
De vossen met de beste tactiek, vossen die bijvoorbeeld nachtactief werden, hebben zich voortgeplant, de anderen niet.

'Daarnaast weet hij juist heel goed gebruik te maken van de mogelijkheden die zich voordoen. Hij is een opportunist, en een omnivoor, hij eet bijna alles.
Het liefst konijnen en woelmuizen, zoals veldmuizen, dat is zijn hoofdvoedsel, maar hij kan ook uren onder een kersenboom doorbrengen, hij houdt van gevallen fruit, hij eet bessen en in de duinen eet hij vogelkers.
In de Oostvaardersplassen leven vossen in het voorjaar bijna volledig van ganzenkuikens. Ook eet hij volop dode beesten.

Kieskeurig

'Sommige dieren eet hij dan weer niet. Kikkers en padden negeert hij, mollen en spitsmuizen vindt hij niet lekker.
In Engeland zijn proeven gedaan naar de voorkeuren van de vos.
Ze hebben allerlei soorten vlees langs een looproute van een vos gelegd.
Met een volle maag gedroeg hij zich heel anders dan met een lege maag.
Ook met een volle maag at hij een veldmuis direct op. Maar vogels bewaarde hij. Die vindt hij eigenlijk helemaal niet lekker. Hij eet ze pas als er niet voldoende ander voedsel voorhanden is.

'Ik heb hier een hele reeks boeken staan met vossen in de hoofdrol, kinderboeken vooral. In sommige boekjes is hij echt een schurk, in andere boekjes is het een lief dier. Ik krijg ook vaak cadeautjes van mensen, knuffelvossen. Het tekent onze dualistische kijk op de vos.
Enerzijds is hij aaibaar, vanwege die mooie, intelligente kop, die aansprekende kleur en die witte staartpluim.
Anderzijds is de vos sinds mensenheugenis vervolgd, als roofdier waar we last van hadden, en vanwege zijn wintervacht waarvan je prachtige jassen kunt maken.

'We zaten vroeger alle roofdieren achter de vodden. Jachtopzieners waren de hele dag bezig om het favoriete wild van jagers in leven te houden, en de concurrentie te bestrijden.
De vos kwam in de jaren vijftig van de vorige eeuw alleen nog voor in het oosten en zuiden van ons land. En ook daar niet algemeen, vanwege het gif en de klemmen.
Die vorm van bestrijding is eind jaren zestig verboden. De jachtwereld kreeg toen ook minder invloed. Sindsdien heeft de vos zich weer verspreid over het land.

Natuurlijke vijand

'De natuurlijke vijand van de vos is de vos zelf. Vossen zijn heel territoriaal. Dat betekent dat het na een tijdje vol zit en dat er niet meer bij komen.
Een vossenpaar heeft een territorium, met een burcht, waarvan ze eigenlijk alleen gebruik maken in de voortplantingstijd. In dat territorium blijven ze in principe hun hele leven, dat kan zomaar acht jaar zijn. Begin april worden doorgaans drie tot zeven jongen geboren, afhankelijk van de voedselvoorraad en de populatiedichtheid.
Als je gaat bestrijden en je verdunt de populatie daadwerkelijk, neemt het aantal jongen in een worp toe. Want het territorium kan groter worden, waardoor de vrouwtjes in betere conditie komen.
In een natuurlijke populatie daalt de grootte van de worp naar 3 tot 4 jongen.

'Die jongen krijgen vanaf augustus geen voedsel meer en gaan dan in het najaar een eigen plek zoeken.
In die zoektocht sterven veel eerstejaarsvossen. Want ze begeven zich voortdurend in de territoria van andere vossen. Dat ruiken ze, dat geeft stress, en ze worden overal weggejaagd. Daardoor hebben ze ook geen tijd om te jagen. Zo vermageren ze sterk en sterven vaak. Die sterfte blijft onzichtbaar, dat weet je alleen als je ze een zender meegeeft. In de ogen van veel mensen is de enige dood van de vos het geweer, de natuurlijke sterfte zien ze niet.

Jongen

'Als de voedselrijkdom in een territorium groot is, sluiten zich vaak meerdere vrouwtjes aan bij een paartje, vaak dochters uit vorige worpen. In dit soort populaties neemt slechts 30 tot 40 procent deel aan de voortplanting. Mannetjes uit andere territoria passeren wel, en paren met die vrouwtjes, maar de vrouwtjes resorberen hun embryo's, die worden weer opgenomen in hun lichaam. Als ze toch geboren worden, eet de moeder ze op. Vermoedelijk omdat ze, als tweede vrouwtje, geen ondersteuning heeft van een mannetje.

'Toch komt het soms voor dat er twee worpen zijn in een territorium. Die tweede vrouwtjes brengen hun jongen dan naar hetzelfde nest als die van het alfavrouwtje. Haar jongen profiteren zo mee van de prooiaanvoer van het alfamannetje. Blijkbaar wordt dat, incidenteel, getolereerd.

'Dit soort gedrag bij vossen is onbegrijpelijk als je niet ook hun verleden hebt bestudeerd. Ze leven lang en in dat lange leven ontwikkelen zich allerlei verhoudingen. Ze weten wie hun buren zijn, soms raken families met elkaar vervlochten.
Veel gedrag is uit al die individuele en onderlinge geschiedenissen te ver-
klaren. Dat maakt vossen ook zo fascinerend. Het gebeurt niet meer tegen-
woordig, maar het zou een prachtig project zijn: tien jaar lang een lokale groep vossen volgen. Pas dan krijg je werkelijk inzicht in al die gecompliceerde verhoudingen en het gedrag van individuele dieren.
En uiteindelijk heb je dan een familie-epos.'






Volkskrant, 14 februari 2015 :
De buizerd is lomp en lui, maar efficiënt

Als het lui kan, doet de buizerd het lui. En daarom is hij zo'n succesvolle roofvogel, zegt Valentijn van Bergen, die een vertrouwd gezicht is geworden voor de buizerds in Zuidoost-Friesland.

Door: Caspar Janssen

'Hij is het boegbeeld van de Nederlandse roofvogels. Zie je een grote vogel op een paaltje, in het open land of langs de snelweg, dan is het negen van de tien keer een buizerd. Soms zijn ze wit, soms zijn ze donker, maar het zijn allemaal buizerds. Een van de kenmerken van buizerds is het verschil in kleurstellingen.

'Je herkent hem ook aan zijn houding. Hij ziet er wat lomper uit dan bijvoorbeeld de havik, die is ieler, en zit meestal verscholen in de bossen.
Ook in de vlucht ziet de buizerd er wat steviger uit. De buizerd is een echte zwever. Ze gaan het liefst op de wieken op een mooie dag met een beetje thermiek, dan zweeft hij op de opstijgende warme lucht.
Actief vliegen doen ze vooral in de baltsperiode, dat herken je aan de diepe vleugelslagen. En dan dat karakteristieke geluid, het miauwen, dat zo bij het Hollandse voorjaar hoort.

'Hij heeft het imago van een lompe, luie roofvogel. En dat is hij in principe ook. Als het lui kan, doet een buizerd het lui. Dat wil vooral zeggen dat hij een flexibele vogel is, en een opportunist.
Ze zijn gek op aas. En dode beesten vinden ze langs de snelweg volop.
Daar, in de bermen, vinden ze ook hun belangrijkste stapelvoedsel: kleine knaagdieren, en vooral: de veldmuis.
In de winterperiode zien we buizerds ook vaak gewoon op de grond zitten, dan eten ze regenwormen.

Stabiele stand

'De buizerd is zo'n succesvolle vogel omdat hij heel efficiënt met zijn energie omgaat. Hij hoeft niet per se te vliegen om zijn kostje bij elkaar te scharrelen. Hij kan het wel, en in slechte voedseljaren vangt hij ook vogels, maar doorgaans kan hij zich gewoon vanaf zijn zitpost laten vallen om voedsel te verzamelen.

'Hij komt nu weer algemeen voor.
In de jaren zestig was de buizerd bijna uitgestorven. Vanwege het gebruik van schadelijke pesticiden in de landbouw.
Dat is sinds de jaren zeventig teruggedrongen en uiteindelijk verboden.
De buizerd heeft zich sindsdien perfect hersteld. Er is nu een stabiele stand, met zo'n tienduizend broedparen.

'Ik volg hier, in Zuidoost-Friesland, al zo'n vijftien jaar, vanaf mijn 12de, samen met andere vrijwilligers, een groep buizerds. Ongeveer vijftig paar.
Puur uit interesse voor vogels. We monitoren, we ringen de jonge vogels, we meten eieren, we kijken naar de prooien, naar het gedrag, naar de versprei-
ding van de jongen, naar de overleving.
Vanaf dit jaar gaan we een aantal nesten intensief volgen met wildcamera's, om nog meer te leren over de broedbiologie.

'Je leert die vogels in de loop der jaren kennen. Bijvoorbeeld een vrouwtje dat ik, vijftien jaar geleden, nog als nestjong in de handen heb gehad.
We weten inmiddels dat ze een volbloedzusje heeft, dat ook heel succesvol is en in ditzelfde gebied broedt.
En ze heeft een zoon, uit 2007, die ook binnen enkele kilometers van het nest succesvol is.
Door het verzamelen van al die data weten we dat jonge vogels gemiddeld binnen 7,5 kilometer van hun geboorteplaats een territorium stichten.
Heel dichtbij dus. Die nestjongen vliegen uit, gaan rondzwerven, en komen vervolgens weer terug. Dit gebied is vol, maar toch blijven ze het proberen. Blijkbaar voelt dit als thuis. Eén vrouwtje heeft hier twee jaar terug zelfs jongen grootgebracht op het nest waar ze zelf geboren is. We vermoeden dat ze haar eigen moeder heeft afgemaakt voor dat territorium.

Monogaam

'De territoria van buizerds zijn vrij klein voor een zo grote roofvogel, 1 tot
1,5 km².
De Nederlandse buizerds blijven ook gedurende de winter hier, in hun territorium.

'Als er hier een territorium vrijkomt, wordt dat direct bezet door een nieuw stel. Buizerds zijn in principe na een jaar geslachtsrijp, maar ze komen hier vaak pas in de derde, vierde of vijfde zomer tot broeden.
Het is dringen voor een plek. In ons onderzoeksgebied komt roofvogel-vervolging relatief weinig voor, maar je zou er ook vooral mee bereiken dat nieuwe, jonge stellen kunnen gaan broeden.

'Buizerds staan erom bekend dat ze een opgaande thermiekbel perfect weten te vinden. Echt een bijzonder fenomeen in het voorjaar: tientallen buizerds die zweven in één thermiekbel. Ze tolereren elkaar, ze vallen elkaar niet echt aan, er wordt wel veel geroepen. Dat kunnen wel twintig individuen zijn, die allemaal een territorium bezetten. Het lijkt haast een vergadering, alsof ze de kadasterkaart aan het bespreken zijn. Op een gegeven moment zie je ze weer afglijden. En omdat wij die vogels herkennen, weten wij: die zit daar, en die daar, en ja, ze glijden allemaal af in de goede richting.

'Buizerds kunnen oud worden, wel 25 jaar. Een span kan gedurende hun hele gezamenlijke leven hetzelfde territorium bezetten. Ze zijn over het algemeen monogaam. Ook als het vrouwtje een redelijk slecht mannetje heeft, of andersom, blijven ze vaak nog heel lang bij elkaar.

'De vogels herkennen mij ook. Ik klim bij hun nest, ik kom hun jongen ringen. Als ik in de buurt ben, volgen ze mij, en beginnen ze te roepen. Want ze hebben een hekel aan mij. Je ziet dan wel een behoorlijk verschil in karakter, dat varieert van agressief tot gelaten.
Eén vogel in ons gebied staat bekend om haar agressie. Dit vrouwtje valt in het voorjaar voorbijgangers aan, vooral kale, hardlopende mannen. Maar ook mensen op fietsen. Het is een soort overdreven bescherming van het territorium. Ze zet dan echt even haar klauwen in zo'n kaal hoofd.

'Ik kijk anders naar de buizerds dan zij naar mij. Als ik langs het territorium kom van de vogels die ik heb geringd, denk ik altijd: ah, ze zijn er nog.
Dat voelt als een weerzien met bekenden.'


 

. ... . ... .