TEXEL WANDELEN

 

Inhoud:

1
.. De Slufter

2. De Hors

3. De Hoge Berg

4. Tweedaagse route: WaddenWandelen ( Streekpad 4 )

 

 

Deelgebieden van Texel:

Texel (spreek uit: Tessel) is het meest gevarieerde waddeneiland.
We kunnen de volgende deelgebieden onderscheiden:

................

1. Eilandkop:
Dit is de Hors: een zeer uitgestrekte strandvlakte die nog steeds groeit en waar nieuwe duintjes gevormd worden.
De strandvlakte werd groter doordat zandplaten zich in de richting van
Texel verplaatsten en er ten slotte aan vast groeiden
( halverwege de 18e eeuw de
Hors en begin 20e eeuw
Onrust).
De zandplaat Razende Bol heeft de potentie om in de toekomst aan te
sluiten.
Door aanvoer van nieuw zand en verstuiving kunnen nieuwe duintjes
ontwikkelen, maar ook weer verdwijnen.
Wanneer de pioniervegetatie uiteindelijk in staat is om deze duinen vast
te leggen, kunnen ze doorgroeien naar witte en uiteindelijk grijze duinen
en onderdeel gaan uitmaken van het duinboogcomplex.
Binnen de eilandkop kunnen op Texel de volgende deelgebieden worden
onderscheiden:
1. Zandplaten de Hors en Onrust.
2. Kreeftepolder.

2. Duinboogcomplex:
Vanaf Den Hoorn, het meest westelijke punt van de stuwwal, heeft zich in
noordoostelijke richting een strandwal met daarop later duinen ontwikkeld.
Het voormalige eilandje Eierland lag in het verlengde van deze strandwal
met duinen en kon in de 17e eeuw met weinig moeite met Texel worden
verbonden m.b.v. stuifdijken.
De afzonderlijke duinboogcomplexen zijn vergroeid en beslaan nu de
gehele westkust van het eiland.
Alleen aan de noordzijde worden de duinen onderbroken door de Slufter,
het vroegere zeegat tussen de oude eilanden. .


3. Slufter:
De Slufter is Texels meest bijzondere natuurgebied.
Het is een zeegat in de duinenreeks met een actief geulenstelsel en
een kwelderlandschap.
Ze is ontstaan na een doorbraak van de zeereep (westelijke stuifdijk).
Hierin zit nu een opening van ongeveer 400 meter.
Het water van de Noordzee kan door dat gat in de zeereep een
grote vlakte binnendringen.
Eb en vloed spelen hier dus dagelijks hun spel in het krekenstelsel
en enkele keren per jaar staat zelfs de hele vlakte onder water.
Dit geeft een bijzonder planten- en dierenleven.
De vegetatie in de sluftervlakte wordt daarbij regelmatig verjongd en de
sluftervlakte groeit (in beperkte mate) mee met de stijgende zeespiegel.


4. Strand en vooroever:
Het strand begint op de gemiddelde laagwaterlijn en eindigt aan de voet
van de duinen.
Voor een strand ligt de vooroever. Deze bestaat meestal uit één of meer
zandbanken.
Strand en vooroever strekt zich uit langs de zandige Noordzeekust van de
Hors tot aan de noordkant op Eierland.
Na de aanleg van de Afsluitdijk ontstond hier kustafslag.
Veel duinen verdwenen in zee; bij Paal 9 zelfs meer dan een kilometer.
Als antwoord legde Rijkswaterstaat in het zuidwesten strandhoofden aan
en bij de vuurtoren een strekdam in zee (de Eierlandse Dam) en een
asfaltglooiing.
Daarnaast vult ze regelmatig het zand aan d.m.v. zandsuppleties (zand-
opspuitingen).


5. Lage land:
In de luwte van de strandwal met duinen en stuwwal hebben zich
kwelders gevormd.. Ze zijn later vrijwel geheel ingepolderd.
Kenmerkend voor het lage land van Texel is de invloed van zoute kwel tot
ver in het binnenland.


6. Buitendijkse kwelders (schorren):
Er zijn op Texel op drie plekken buitendijkse kwelders:
een flink gebied bij de Schorren en verder nog twee kleine stukjes:
- bij de Volharding (ten noorden van De Cocksdorp) en
- langs de Mokbaai (ten westen van de veerhaven).
De buitendijkse kwelders vormen het jongste deel van Texel.
Het grote kweldergebied de Schorren ligt op het wantij van Texel.
Dat is het ondiepe gebied, tussen het eiland en de kust, waar de
vloedstromen van het Marsdiep en het Eierlandse Gat elkaar ontmoeten.
Daardoor is juist hier sediment afgezet en hebben zich de kwelders en
slikken ontwikkeld.
Door verplaatsing van de getijdengeul aan de noordkant van Texel is
in 1926 Polder De Volharding grotendeels weggeslagen.
Het gevolg hiervan is erosie van de Schorren bij Polder de Eendracht,
omdat het gebied nu niet meer in de luwte van de polder ligt.
Afslag wordt hier door rijshoutdammen tegengegaan.


7. Oude kern:
Dit is het licht glooiende gebied tussen Den Hoorn en het gehucht Oost.
- Het bestaat uit een slechts 15 m hoge stuwwal uit het begin van de
. voorlaatste ijstijd.
. Toen het landijs er in een later stadium overheen gleed, werd de stuwwal
. sterk afgevlakt en met keileem bedekt door een gletscherstroom van
. enkele honderden meters dik.
. Daarom is de Hoge Berg van Texel ook niet steil (zoals de stuwwallen op
. de Veluwe) maar glooiend.
- In de laatste ijstijd is de stuwwal van de Hoge Berg nog verder afgevlakt
. doordat hij bedekt is geraakt met dekzand, afgezet door poolwinden.
- Daarna – vanaf 11.500 jaar geleden tot heden – is het pleistocene
. landschap grotendeels in zee verdwenen door zeespiegelstijging.
. Rond 1250 v.Chr. was ‘pleistoceen Texel’ nog ruim 50 km2 groot, nu
. 15,5 km2.



Texel heeft enkele bijzondere wandelingen:
Jac. P. Thijsse trok alle registers open toen hij zei:
Een wandeling op Texel behoort tot het mooiste wat men in de wereld kan doen.
Zo ver wil ik niet gaan, maar, net als op Terschelling, kun je op Texel enkele
aardige wandelingen maken.


Fotoalbum:
Nieuw venster ........


Bevoorrading:
Levensmiddelen: Geen probleem. De dorpen hebben een supermarkt.
Daarnaast kun je bij sommige campings ook nog terecht, bijvoorbeeld
Camping Sluftervallei aan de Krimweg.

Drinkwater: Er waren voldoende plekken onderweg, waar je dat kunt
vinden.


Kamperen:
Er zijn campings genoeg op het eiland.
Wildkamperen is verboden.


Texel, een winderig schapeneiland ? Ja en nee:
Winderig: ja
Nieuw venster www.weersvoorspelling.nl/site/weer_nederland/de_cocksdorp.html
Het waait op de waddeneilanden normaliter harder dan in het binnenland.
Als bijv. de westenwind in het binnenland matig (3 of 4 Beaufort) is, dan is
hij langs de kust (en op het IJsselmeer) vrij krachtig of krachtig (5 of 6 Bft).
- Neem daarom een goede windjack of dikke fleece jack mee, en
- Ga bij voorkeur naar deze eilanden bij zwakke of matige wind (dus 4 of
minder Beaufort)
Veel schapen: nee
Er leven daar maar twee tot drie maal zoveel
schapen dan mensen.
Dat valt dus eigenlijk wel mee.
Vergelijk het eens met de Yorkshire Dales in Engeland.
( Je weet wel "All creatures great and small", met de sympathieke veearts
James Herriot ). Dat is nou echt een schapengebied. Daar hebben ze
maar liefst dertig keer zoveel schapen dan mensen.
Misschien kunnen we beter zeggen: Texel, een
winderig vogeleiland.


Denk aan verrekijker !
Texel staat bekend om zijn rijkdom aan vogels.
De
ligging tussen Noordzee en Waddenzee is daar mede een oorzaak van,
maar ook de verschillende landschappen spelen een grote rol.
Zo zijn er
kwelders, is er een breed en ruig duingebied met duinmeertjes
(De Geul, de Muy, de Sluftervallei) maar is er ook een
cultuurlandschap dat
gebruikt wordt voor landbouw (akkerbouw en veeteelt).
Tijdens de trek volgen de trekvogels graag de kustlijn.
Ze rusten en foerageren dan op het eiland om daarna hun reis te vervolgen.
Texel heeft ook een belangrijke functie als hoogwatervluchtplaats.
Bij hoogwater trekken de wadvogels naar de buitendijkse kwelders om
daar te rusten. Zodra het weer eb wordt volgen deze vogels het terugtrekkende
water om op het wad te foerageren. Een cyclus die zich 2x per dag herhaalt.


Fauna op Texel:
De isolatie toont zich in het volledig ontbreken van bijv. reeën, vossen,
eekhoorns en mollen. 
Net als slangen en hagedissen hebben die het eiland nooit bereikt, of ze waren
er wel maar zijn uitgestorven.
Andere dieren zijn door mensen meegenomen. Denk aan konijnen en ratten.
Het ontbreken van predatoren zoals de vos, heeft weer tot gevolg dat de
lepelaar het op Texel zo goed doet: geen vos die er bij kan.


De zee neemt en de zee geeft: (kusterosie en - sedimentatie)
Kusten zijn altijd in beweging. Ze kunnen 1. afslaan of 2. aangroeien.
Ze kunnen ook
stabiel blijven, maar dat is uitzonderlijk. (Stabiliteit is meestal
te danken aan de mens, die strandhoofden aanlegt en zand opspuit).

The position of the coastline is constantly changing.
In places land is being lost to wave
erosion.(1)
Along other parts of the coast land is being gained by deposition
(2)
(sedimentatie).
Between the two, waves are transporting eroded materials by
longshore drift
( kustdrift ).

1. Kustafslag: aan de west- en noordzijde van Texel.
Na de aanleg van de Afsluitdijk stopte de aangroei van de kust en begon er
kustafslag.
Veel duinen verdwenen al in zee, bij Paal 9 zelfs méér dan een kilometer.
Rijkswaterstaat vult tegenwoordig het zand op het strand en de vooroever
regelmatig weer aan d.m.v. zandsuppleties ( zandopspuitingen).
Om de behoefte aan zandsuppleties op de noordwestpunt van Texel te
verminderen is een 800 meter lange stenen dam loodrecht op de kust geplaatst.
Ten zuiden van deze Eierlandse Dam is het strand breder geworden en vindt
embryonale duinvorming plaats.
Vanaf paal 9 t/m 18 bevinden zich strandhoofden.
Ze drukken de stroming langs de kust weer naar buiten. Hierdoor is de kust
beter verdedigd omdat de geulen van de kust worden afgehouden.
2. Kustaangroei: in het zuiden bij de Hors.


Beste websites:
Nieuw venster www.ecomare.nl/verdiep/leesvoer/waddengebied/nederlandse-wadden/texel/

Nieuw venster
http://wandelnet.nl/waddenwandelen-sp-4
.... (Kijk hier ook naar de routewijzigingen.)


Bezoekerscentrum Ecomare met het Duinpark

- Ecomare is een informatiecentrum, zeedierentuin en natuurmuseum in één.
- In de zeehonden- en vogelopvang worden hulpbehoevende dieren verzorgd.
..De zeehonden vormen de grootste attractie. Het voeren is een spectakel
. waar veel bezoekers op af komen.
- Tegenwoordig verblijven er ook bruinvissen.
- Een bezoek is verplichte kost voor de Texel-wandelaar.
- Het Duinpark ligt ten zuiden van Ecomare en is ingericht als voorbeeld-
. gebied voor natuurvoorlichting. Er zijn natuurpaden met
informatieborden.
- De opbouw van de vegetatie van het duin is er goed te zien:
. in de zeeduinen helm, gevolgd door struiken als dauwbraam, gewone vlier en
. kruipwilg.
. Daarachter zijn de duinen begroeid met duinroosjes.
..In de oudere duinen groeien heidesoorten.

. Het voeren van de zeehonden bij Ecomare.



WANDELBROCHURE, -GIDS, - KAART en BOEK:


. Eilandroutes.
.... Brochure met 4 fietsroutes en 10 wandelroutes
.... VVV Texel, 2015

.


. WaddenWandelen (Streekpad 4)
.... De Vrije Uitgevers, 2013

.



. Texel - Staatsbosbeheer Wandelkaart 01
....
.schaal 1: 25.000
.... Goede overzichtskaart met daarop wandelroutes,
.... fiets- en. ruiterpaden.

.




. Duinen en Mensen Texel
.... Rolf Roos & Nico van der Wel (red.), 2013
.... Uitg. Natuurmedia, A'dam.

.....Dit prachtige, populair-wetenschappelijke boek
.... geeft je de nodige achtergrondinfo.

.


Te bestellen bij:
Reisboekwinkel de Zwerver ( webshop voor reisgidsen en landkaarten) 



Overnachtingsmogelijkheden:

Deze reis wordt nog veel leuker met een heerlijk hotelletje.
Bekijk hier de mooiste hotels en B&B's :

- Trivago

- Booking.com

.



... Deze wandelsite is niet-commercieel, onafhankelijk en gratis.
... Dat is enkel mogelijk door steun van de bezoekers.
...
... Heb je hier goede info gevonden, toon dan je waardering door een
... kleine donatie voor het vele werk.
... .Zo kan de website ook gratis blijven en uitgebouwd worden!

............................................... .
... • Betaal met deze knop in een paar klikken via je eigen PayPal-saldo.
... • Heb je zelf nog geen PayPal-rekening, dan kun je toch via PayPal
...... vanaf j
e creditcard geld overmaken.

....Uiteraard kun je ook doneren door overschrijving op mijn
.. ING-bankrekening:

.. IBAN : NL38 INGB 0003 5057 89
.. BIC : INGBNL2A
.. t.n.v. P. C.M. Smulders.


Weet je aanvullingen en verbeteringen van deze tekst?
Graag een e-mail naar:

e-mailadres

En tot slot: veel wandelplezier !
Piet Smulders, 2017



. ... . ... .

 







1. De Slufter . uur.. Struinen. .... Verlenging mogelijk.


Struinen over de sluftervlakte:

In het zuidelijke gedeelte van de sluftervlakte heb je vrije toegang, ook
buiten de paden.
Wil je een zo gaaf mogelijk stuk van de kwelder zien, dan kun je het
beste langs de noordgrens van dit struingebied lopen. Daar is de begroeiing minder kapot gelopen door de vele bezoekers.

Tijdsduur: 1½ uur zuivere looptijd. Verlenging mogelijk.
Deze route kan naar believen verlengd worden door ook het gebied ten
zuiden ervan aan te doen: de
Slufterbollen en de Slufterdijk.


Startpunt: de ingang bij het einde van de Slufterweg.

Géén markering in het terrein:
Je mag hier vrij rondstruinen.
Onderstaande
routebeschrijving en topografische kaartfragment
bieden voldoende houvast.


Denk aan verrekijker:
Dit geldt voor alle wandelingen op Texel.


Drinkwater:
Veldflessen vooraf vullen.


Elk vierkant van het vierkantennet is in werkelijkheid 1 bij 1 km.
De kwelder (lichtgroen) is met kronkelige kreken doorsneden.
De stippellijn geeft de door mij gelopen wilde doorsteek in juni 2017.

Dit kaartfragment is van een topkaart uit 2015/2016 en kwam al niet meer overeen
.. met de terreinsituatie in juni 2017.. Het is hier namelijk een heel dynamische gebied
..waar geul en kreken voortdurend verlegd worden.


Routebeschrijving:
1. Klim over een trap de Zanddijk op.
... Boven is er een uitzichtpunt en informatiebord.
2. Ga over de trap naar beneden en volg de geel-rode markering noordoost-
... waarts (dit is de markering van het streekpad WaddenWandelen).
... De grens van het struingebied wordt aangegeven met oranje bordjes.
3. Loop aan de zuidzijde langs die bordjes in noordwestelijke richting.
... Als een kreek niet passeerbaar is, zul je een omweggetje moeten
....maken, of met blote voeten door de kreek waden.
... ( De kreken lopen tweemaal per etmaal (bij vloed) vol )
4. De rest van de route wijst zich vanzelf. Langs de hoofdgeul naar het
....strand en zie kaartje voor de terugweg.


De Slufter, Texels meest bijzondere natuurgebied:
- Het is een zeegat in de duinenreeks met een actief geulenstelsel en
. een kwelderlandschap.
- DeSlufter is ontstaan na een doorbraak van de zeereep (westelijke
.. stuifdijk). Hierin zit nu een opening van ongeveer 400 meter.
. Het water van de Noordzee kan door dat gat in de zeereep een grote
. vlakte binnendringen.
. Eb en vloed spelen hier dus dagelijks hun spel in het krekenstelsel
. en zorgen zo voor een bijzonder planten- en dierenleven.
- Onder normale omstandigheden vult de vloed (opkomend tij ) alleen de
.. kreken
(dus niet de hele vlakte) en lopen die bij eb.(afgaand tij ) weer
. leeg.
. Alleen bij extreem hoogwater( springtij of stormvloed ) wordt de héle
. sluftervlakte
overspoeld met zout zeewater.
. Dat gebeurt enkele keren per jaar.. Kijk maar eens naar het vloedmerk
. onder aan de voet van de stuifdijk.
- Zie verder o.a.: www.waddenacademie.nl/nl/wetenschap/wadweten/....


Ontstaanswijze Slufter:
- In de dertiende eeuw vormde zich een breed strand ten noorden van het
. dorpje De Koog.
. In 1629 en 1630 werd er een stuifdijk met takkenschermen gemaakt tussen
. Texel en het duineilandje Eyerland. We kennen deze nu als de Zanddijk.
- Ten oosten hiervan slibde land aan, een kweldergebied dat in 1835 werd
. bedijkt. Dat werd de tegenwoordige Polder Eierland.
. Ten westen van de Zanddijk bleef de Slufter een deel van de Noordzeekust.
. Twee keer per etmaal liepen daar de kreken (= geulen) vol met zeewater.
- In 1855 werden ook langs de Noordzeekust stuifdijken aangelegd om de
. Slufter van de zee af te sluiten en een nieuwe landbouwpolder te scheppen.
. Deze stuifdijken braken echter door en de Slufter bleef toegankelijk voor de
. Noordzee.
- Nu is het een prachtig vogelrijk gebied met een krekenstelsel, poelen,
. slikvlaktes en typische kwelderplanten.


Kwelderplanten:
De planten van de kwelder kunnen er tegen zo nu en dan door zout water overspoeld te worden.
Veel soorten, waaronder lamsoor, bloeien massaal in juli en augustus.
De hele kwelder kleurt dan op z’n mooist.
In de herfst sterven de meeste kwelderplanten af, sommige alleen bovengronds.
Kweldergras blijft ook in de winter groen, als het niet te hard vriest.
Zeekraal is een echte pionier van het natte deel van de kwelder.
Zie verder: www.ecomare.nl/verdiep/leesvoer/planten/kwelderplanten/


Vogels: (denk aan verrekijker).
- Het zeewater dat de Slufter binnenkomt, voert veel voedingsstoffen en
. allerlei klein dierlijk leven aan. Het meegevoerde slib bezinkt er.
. Een groot aantal vogels vindt er daarom voedsel.
-. Vanuit het uitzichtpunt bij het einde van de Oorsprongweg kun je vele
. soorten zien: eendensoorten, lepelaars, steltlopers en zangvogels.
. Ook voor roofvogels zoals de blauwe kiekendief de slechtvalk is de
. Slufter een goede plaats.
- Eiders en kluten broeden er graag.
. ( Daarom heeft men het noordelijke deel afgesloten.)
- In en langs de hoofdgeul die de Slufter tweemaal daags van nieuw zee-
. water voorziet, zoeken vele vogels hun voedsel.
. Voor de lepelaars is de Slufter een belangrijke plaats om naar garnalen te
. zoeken.

Bol ......... = een meestal wat afzonderlijk liggend duin in een overigens ....................vrij lage en vlakke omgeving. Bijv. de Palenbol in de Slufter.
....................Ook in meervoud als aparte duingroep, bijv. de Slufterbollen.

Slufter.......= een doorbraak door de zeereep waar .het getijdenwater
.................... regelmatig het achterliggende gebied binnenstroomt
.................... via een geul die het strand doorsnijdt.

Kreek.......= afwateringsgeul op een kwelder.

Kwelder... = begroeid, buitendijks terrein aan de kust, dat alleen bij
....................
extreem hoog water.( springtij of stormvloed ).wordt ....................overstroomd.
....................Er groeien daar zoutminnende planten die met hun stengels
....................en bladeren slibdeeltjes invangen en zo de sedimentatie
....................bevorderen. Zo slibt de kwelder op.

Nol...........= Noord-Hollands voor duin, op Texel in gebruik voor
....................hoog duin.
...Bijv. de Bertusnol, de Fonteinsnol, de Kapenol.

Stuifdijk....= een kunstmatig opgestoven duinenrij.
.....................Op plekken waar het samenspel tussen zand en wind zelf
.....................geen duinenrij vormt, kan de mens de natuur een handje
.....................helpen door een stuifdijk aan te leggen.
.................... Met behulp van riet- of takkenschermen, geplaatst in een
.....................lange rechte lijn, vangt men zand in om het vervolgens vast
.....................te leggen door helm aan te planten.

Vloedmerk = een streep van aanspoelsel (rommel, wieren, schelpen)
.....................langs het hele strand.
..................... Als het water aan het eind van de vloed op z’n hoogst is,
.....................blijft de waterlijn een tijdje op dezelfde plek. Alles wat in
.....................de branding heen en weer rolt heeft dan de tijd om aan te
.................... spoelen. Zo krijg je een vloedmerk.
.................... Vaak zijn er meer vloedmerken op het strand. De wind is
.................... niet altijd even hard, en dus komen de aanspoelsels niet
.................... altijd even ver.



De Slufter.


Een gedeelte van het.'Struingebied' in de Slufter gezien vanuit een vliegende drone.
...
Je kijkt hier oostwaarts over de kwelder met haar kronkelende kreken (geulen).
.. Rechts zie je de sterk uitgesleten
, brede paden en aan de horizon vaag. de Zanddijk.



De fot
o is genomen bovenop de hoge Zanddijk ter hoogte van de Oorsprongweg.
Deze Zanddijk is een stuifdijk ( = een kunstmatig opgestoven duinenrij ).
Je kijkt hier naar het westen over het noordelijk deel van de Slufter.

.
Staande op de kwelder zie je dit.
Als zo'n kronkelende kreek ( geul ) niet passeerbaar is, moet je omlopen of met blote
.. voeten .er doorheen waden. ( Die kreken lopen tweemaal per etmaal bij vloed vol ! ).

 

 

 

2. De Hors...... 2 uur......Rondwandeling met ook stukje struinen.


Unieke rondwandeling:
Net als de
Noordsvaarder-wandeling op Terschelling behoort ook deze tot
de mooiste van onze waddeneilanden.


Tijdsduur: 2 uur zuivere looptijd; verlenging mogelijk.
Deze route kan naar believen verlengd worden door
op de terugweg het
gebied ten zuiden en oosten van het oostelijke Horsmeertje aan te doen.
Zie je Staatsbosbeheerkaart.


Startpunt:
Het parkeerterrein bij het electriciteitsdhuisje aan de Mokweg.


De route is maar gedeeltelijk gemarkeerd in het terrein:
Dit is echter geen probleem, omdat je bij het struinen door de duinen niet
kunt verdwalen.
Je maakt door de jonge helmduintjes ten zuiden van de Kreeftepolder een
spannende wilde doorsteek. Oriënteer je daar m.b.v. de zon en als die er
niet is de windrichting. Verdwalen niet mogelijk.


Denk aan verrekijker:

Dit geldt voor alle wandelingen op Texel.


Drinkwater:
Veldflessen vooraf vullen.


Kreeftepolder valt in het zomerhalfjaar droog:
De Kreeftepolder is een natte duinvallei die 's winters grotendeels blank
staat. Gelukkig ligt ze in het zomerhalfjaar droog.
Ik kon in juni 2016 al probleemloos oversteken.



Topografische Kaart van Texel ( 2015/2016
)
Elk vierkant van het vierkantennet is in werkelijkheid 1 bij 1 km.
De streepjeslijn is de blauw of geel gemarkeerde route in het terrein.
...De stippelijn is de niet gemarkeerde route. Dit zijn de eenvoudige, wilde doorsteek
...door de jonge helmduintjes en daarna de korte strandwandeling naar paal 8.
De Topografische kaart toont de wintersituatie in het terrein.
.. Dan staat de Kreeftepolder die een natte duinvallei is, gedeeltelijk onder water.
.. In het zomerhalfjaar is ze echter droog en probleemloos over te steken.



Staatsbosbeheer / Falkplan..., Wandelkaart 01 Texel ... 9 e druk

Elk vierkant van het vierkantennet is in werkelijkheid 1 bij 1 km.


Routebeschrijving:
- Volg het verharde weggetje dat hier zuidwestwaarts het duin in gaat.
. Het is de blauwe route (daarnaast ook geel-rode markering van het
. streekpad WaddenWandelen).
- Ga even rechtsaf het schelpenpaadje op naar een mooi uitzichtpunt.
. Je kijkt daar mooi over de Geul, een afgesnoerde strandvlakte.
. Veel vogels o.a. een broedkolonie lepelaars.
. Het struweel om je heen bestaat uit Duindoorn, Gewone vlier, Hondsroos
.
Dauwbraam
en Wilde kamperfoelie.
- Teruggekeerd op je route. let je op een grote vloedpaal met rode kop.
. Deze geeft aan waar in 1910 de vloedlijn lag.
- Sla 50 m voorbij de vloedpaal rechtsaf (ook weer blauwe route) een
. duinrichel op. Je hebt daar een mooi. overzicht over de beide Horsmeertjes.
. Ze zijn ontstaan rond 1970.
- De eerstvolgende 1500 m lopen we door een aantal vochtige duinvalleitjes,
. omzoomd door Kruipwilg- en Duindoornstruweel.
- We steken een hoge duinenrij over.
. Hier vandaan heb je een mooi uitzicht over het westelijke Horsmeertje.
- Iets verder naar het zuiden kom je bij de Kreeftepolder.
. Deze jonge, natte duinvallei is ontstaan rond 1980.
. ( 's Zomers kun je de vallei probleemloos oversteken, maar 's winters staat
. er water.)
- Er loopt een voetpaadje (niet gemarkeerd) over de valleibodem zuidwaarts.
- Vervolgens klimt het tegen de steile helling van de hoge duinenrij omhoog
. (dit is de zeereep; een voormalige stuifdijk).
. Ga over dit pad tot bovenop deze hoge duinenrij.
. Hier heb je zuidwaarts een prachtig uitzicht over een grote oppervlakte
. met jonge helmduintjes.
- Nu maak je een wilde doorsteek (struin je ) door deze jonge helmduintjes
.
ongeveer zuidwaarts.
. Oriënteer je m.b.v. de stand van de zon of de windrichting.
- Uiteindelijk bereik je een grote vlakte, waar je rechtsaf (westwaarts) gaat.
. ( De omvang en vorm van deze strandvlakte wisselt sterk onder invloed
. van de zee, maar het gebied groeit nog voortdurend. )
- Ongeveer bij paal 8 aangekomen, zie je in de zeereep een wegwijzer van
. de gele paaltjesroute ( tevens staat daar een geel-rode markering van het
. streekpad WaddenWandelen).
. Volg de gele route ongeveer een kilometer en loop daarna verder
. oostwaarts over de blauwe route tot aan de parkeerplaats.


De MokbaaI:
- Ze dankt haar naam aan de diepe geul ( Mok genaamd) midden in die baai.
- Door de aanwezigheid van een smalle kwelderstrook, wadplaten,
. een mosselbank en de diepe geul ( de Mok) wordt de baai ook wel
. omschreven als de Waddenzee in het klein.
- De Mokbaai is een belangrijke foerageerplek voor watervogels.
. Bij eb scharrelen er duizenden wadvogels rond. Denk aan steltlopers,
. ganzen, eenden, meeuwen en sterns.
- De Mokweg, die langs de baai loopt, is ooit aangelegd om het opwaaiende
. zand vanaf de Hors op te vangen. De baai dreigde namelijk te verzanden.
. ( In de 18 de eeuw was de Mok een.ankerplaats voor zeeschepen die bij
... Texel lagen te wachten voor vertrek. In het Pompevlak was toentertijd
... een drinkwaterput voor de scheepsbemanning.)


De Geul:
- De Geul is een natte duinvallei tussen twee duinenrijen in.
. Ze was aanvankelijk in het oosten verbonden met de zee.
. Na de afsluiting in 1921 kon er geen zoetwater uit de Geul meer naar zee
. stromen en werd de Geul steeds natter. Er is nu zelfs een duinmeer.
- Rond eind februari keren hier de lepelaars terug uit Afrika.
. 's Zomers broeden er in het riet rond het meer enkele honderden paartjes.
. Het aan- en afvliegen is goed te zien vanaf het uitzichtpunt aan de
. Mokweg.
- De Geul is ook populair bij roofvogels als de bruine - en blauwe kiekendief.
- En aan de westkant broedt een grote meeuwenkolonie. Je vindt hier
. zilvermeeuwen, stormmeeuwen en kleine mantelmeeuwen.
- Ook zijn er grote grazers: Schotse hooglanders en exmoorpony's.
- In deze duinvallei komt veel duindoorn voor. De vrouwelijke planten dragen
. in het najaar de bekende fel oranje zure bessen. Het is een belangrijke
. plant voor het duin: ze draagt bessen die gegeten worden door trekvogels
. en brengt via wortelknolletjes voedingsstoffen (stikstof) in de bodem.
. Hierdoor groeien in de buurt van duindoorns dichte vlierbosjes en
. een bodembegroeiing van brandnetelsoorten, bitterzoet en dauwbraam.


De Horsmeertjes (Horspolders):
- Deze twee duinmeren vormen een verdronken duinvallei die ontstaan
..is door het leggen van een stuifdijk ten zuiden daarvan.
. Ze worden onderling gescheiden door een stuifdijk in noord-zuid richting.
- Ze hebben brede rietkragen.
- Het zijn gebieden met een bijzondere flora en fauna.
- Onder andere veel vogels. In de brede rietkragen broeden bijvoorbeeld
. bruine kiekendief, blauwborst, roerdomp en baardmannetje.
. De laatste twee soorten staan op de zogenaamde ‘Rode Lijst’, een lijst
. van bedreigde en kwetsbare vogelsoorten.



• Een van de twee Horsmeertjes. 

 In de maand juni, als moerasandijvie in bloei staat, lijkt de oever hier en daar met een
.. felgele deken afgedekt.
 Moerasandijvie is een pionierplant die alleen in de vorm van zaad kan overleven. 
.. De ouderplanten komen één keer in bloei, zetten zaad en sterven dan af.


De Kreeftepolder:
- De Kreeftenpolder is een natte duinvallei.
..
Ze is door een
hoge duinenrij ( voormalige stuifdijk) van de strandvlakte
.
gescheiden.
- In de Kreeftepolder bevindt zich een
stormmeeuwenkolonie.
- 'Kreeft' verwijst naar de opzichter van Rijkswaterstaat , Jaap Kreeft,
. die bij de aanleg
van de polder de leiding had.


De Hors:
- De Hors ligt in de zuidpunt van Texel en bestaat uit een zeer brede
. strandvlakte
. Deze strandvlakte is ontstaan doordat er in het verleden
..steeds zandplaten zich in de richting van Texel verplaatsten en er ten
. slotte aan vast groeiden ( halverwege de 18e eeuw de Hors en begin
. 20e eeuw
de Onrust).
- In drogere tijden kan het zand landinwaarts verstuiven en het strand
.. ophogen. Voorwerpen op het strand , zoals schelpen en aanspoelsel,
. kunnen het stuifzand in hun luwte vasthouden.
- Het is een weergaloos landschap dat in een winterstorm fors kan
. veranderen.

- Je kunt op deze aangroeikust goed zien hoe nieuwe duintjes ontstaan.
. Achter
aanspoelsels blijft zand liggen, waarin biestarwegras kan kiemen.
.. Meestal verdwijnen deze graspollen weer als tijdens storm de zandvlakte
.. onder water staat. Maar als ze het volhouden gaan ze zand vangen en
.. ontstaan er miniduintjes.

.. Die worden hoger en hoger, als er maar aanvoer van zand is.
.. Als de duintjes zo groot zijn dat ze het zoete regenwater vasthouden,
.. kan er
helm gaan groeien. Dat gras vangt veel meer zand en de
.. duinvorming gaat nu versneld door.
.. Hoger op de Hors ze je veel van deze
jonge helmduintjes.
- Op de
kale strandvlakte broeden hier en daar dwergsterntjes.
. Men heeft die plekken afgezet met touwen. Die mag je niet betreden.


De Hors: wilde doorsteek door de jonge helmduintjes.
Het struinen door dit woestijnachtige gebied is heel bijzonder.
...Je ziet enige tijd geen strand of zee, alleen maar jonge helmduintjes zo ver het oog reikt.

Duinmeer.............= als het grondwater vrijwel het hele jaar boven .................................het .maaiveld staat.

Duinmoeras.........= als er teveel plantengroei is om van ................................open water (duinmeer).te kunnen spreken.

Natte duinvallei..= duinvallei waar de grondwaterstand hoog genoeg is
................................ om de plantenwortels het hele jaar door te bereiken.
.................................In de winter staan deze valleien doorgaans blank,
.................................in de zomer vallen ze droog.

Primaire duinvallei ...= duinvallei ontstaan door afsnoering van een
............. ........................strandvlakte.

Secundaire duinvallei..= later uitgeblazen vallei.

Kreek.......= afwateringsgeul op een kwelder.

Kwelder... = begroeid, buitendijks terrein aan de kust, dat alleen bij
....................
extreem hoog water.( springtij of stormvloed ).wordt ....................overstroomd.
....................Er groeien daar zoutminnende planten die met hun stengels
....................en bladeren slibdeeltjes invangen en zo de sedimentatie
....................bevorderen. Zo slibt de kwelder op.

Stuifdijk....= een kunstmatig opgestoven duinenrij.
.....................Op plekken waar het samenspel tussen zand en wind zelf
.....................geen duinenrij vormt, kan de mens de natuur een handje
.....................helpen door een stuifdijk aan te leggen.
.................... Met behulp van riet- of takkenschermen, geplaatst in een
.....................lange rechte lijn, vangt men zand in om het vervolgens vast
.....................te leggen door helm aan te planten.

Vloedmerk = een streep van aanspoelsel (rommel, wieren, schelpen)
.....................langs het hele strand.
..................... Als het water aan het eind van de vloed op z’n hoogst is,
.....................blijft de waterlijn een tijdje op dezelfde plek. Alles wat in
.....................de branding heen en weer rolt heeft dan de tijd om aan te
.................... spoelen. Zo krijg je een vloedmerk.
.................... Vaak zijn er meer vloedmerken op het strand. De wind is
.................... niet altijd even hard, en dus komen de aanspoelsels niet
.................... altijd even ver.

Zeereep... = duinenrij die grenst aan het strand ; buitenste duinenrij.


Duinplanten:
Het duin kent veel verschillende vegetaties.
De flora van de stuivende zeereep, met helm, zandhaver en blauwe zeedistel
is heel anders dan die van jonge duinvalleien achter de zeereep, met vlier-
bosjes en duindoornstruiken.
In oudere duinen is er een groot verschil tussen de vegetatie van de
schaduwrijke noordhellingen (gematigd klimaat, veel kraaiheide en eikvaren),
de zonnige zuidhellingen (sterk wisselend klimaat, veel lichenen) en
de vlaktes (meestal heidevelden).
Zie verder: www.ecomare.nl/verdiep/leesvoer/planten/duinplanten/


Strandplanten:
Op het strand groeien bijna nergens planten. Als leefgebied is het veel te
dynamisch. Zelfs de taaiste soorten zoals biestarwegras en zeepostelein
kunnen zich maar tijdelijk handhaven. Hier en daar groeien ook zeeraket en
loogkruid.
De planten hebben wat (zoet) regenwater nodig om te ontkiemen. Ze
groeien het best in het vloedmerk, waar de zee allerlei voedelrijk materiaal
heeft neergelegd.
Herfststormen maken meestal een eind aan het bestaan van de strand-
planten. Om langer te overleven hebben deze pioniers bredere stranden
nodig.
Zie verder: www.ecomare.nl/verdiep/leesvoer/planten/strandplanten/

 

 


3. De Hoge Berg ......... 2 uur


Rondwandeling:

Oudeschild Skillepaadje De Hoge Berg Begraafplaats Georgiërs
Fort de Schans Oudeschild

Er zijn veel cultuurhistorische monumenten uit de afgelopen drie eeuwen
te zien. Denk aan tuunwallen, schapenboeten en drinkpoelen.


Tijdsduur: 2 uur zuivere looptijd.


Startpunt: de haven in Oudeschild.

Grotendeels gemarkeerd in het terrein:
Tot aan de Begraafplaats Georgiërs kun je de geel-rode markering van het streekpad WaddenWandelen volgen.
De rest van de route is zeer eenvoudig te vinden.


Denk aan verrekijker:
Dit geldt voor alle wandelingen op Texel.


Drinkwater:
Veldflessen vooraf vullen.




Topografische Kaart van Texel ( 2015/2016 )
Elk vierkant van het vierkantennet is in werkelijkheid 1 bij 1 km.
Linksboven in de kaart heb je kleine, min of meer rechthoekige perceeltjes, gescheiden
.. door tuunwallen.
Perfecter kun je een kaart niet maken, zelfs alle drinkpoelen staan erop.
Dichter bij de dijk is het terrein horizontaal en kon men sloten graven.
.. Daar zijn dan ook geen tuunwallen.

Staatsbosbeheer / Falkplan ...... Wandelkaart 01 Texel ...... 9 e druk

.. Dit is de beste wandelkaart op Texel.
Elk vierkant van het vierkantennet is in werkelijkheid 1 bij 1 km.



Routebeschrijving:
- Vanaf de
haven eerst een klein stukje door de Barentszstraat,
- vervolgens De Ruyterstraat helemaal uitlopen.
- Einde weg rechtsaf door Het Buurtje en rechtdoor over het Skillepaadje.
- Dit schelpenpad volgen (gaat over in asfalt). Kruising oversteken.
- Na ruim 300 m linksaf over een grasweggetje tussen tuunwallen naar
.
het uitzichtpunt van de Hoge Berg.
- Na het uitzichtpunt het pad vervolgen en bij de Schansweg linksaf en
. direct weer asfaltweg rechtsaf, Zuid-Haffel.
-
Na ca. 300 m kom je bij een informatiebord en twee begraafplaatsen.
. ................................................................................................................
- Na bezoek van de Begraafplaats Georgiërs terug naar de Schansweg.
. Hier rechtsaf (zuidwaarts) naar Fort de Schans.
- Na bezichtiging verder naar de dijk.

- Daar linksaf het fietspad op.
- Na enkele honderden meters een weggetje schuin de dijk op en aan
..de Ijsselmeerkant van de dijk verder lopen tot de haven van Oudeschild.

Oudeschild:
- De Texelse kottervloot heeft zijn thuishaven in Oudeschild.
- Er zijn schilderachtige woningen en het Kaap Skil, Museum van
. Jutters & Zeelui
.
- Oudeschild ontstond rond 1600, toen de Rede van Texel een druk
. ontmoetingspunt van zeeschepen werd.
. In Oudeschild stonden de.kantoren van de Admiraliteit, waar alle in- en
. uitkomende schepen zich moesten melden.
- Hier werden schepen voor lange tochten bevoorraad.
- In het dorp woonden en werkten allerlei ambachtslieden:
. touwslagers, zeilmakers, scheepstimmerlieden en kuipers.
. In de enkele stenen huizen woonden beambten van de VOC en hoge
. functionarissen van de marine: de Admiraliteit.
- Bepalend voor de plaats waar 't Schilt zou ontstaan was de monding van
. de Schilsloot. Dit was de vaart waardoor met kleine bootjes de vaten
. drinkwater vervoerd werden.
- Later bouwde men in verband met de drukte een tweede dorp,. Nieuwe-
. schild
,. noordelijker langs de waddendijk. Dit dorp is later weer
. verdwenen. Maar sindsdien heet het oorspronkelijke dorp Oudeschild.


Een luchtfoto vlak bij de Hoge Berg. Je kijkt oostwaarts.
De kleine, min of meer rechthoekige perceeltjes hebben tuunwallen en allemaal een
.. drinkpoel.
.. Het regenwater zakt niet in de drinkpoelen weg, omdat de keileem in de ondergrond
.. een slecht doorlatende laag vormt.
Het linkse bosje is het Doolhof. Dit bosje valt door z'n hoge ligging zelfs op als je op de
.. Afsluitdijk staat en richting Texel kijkt.

Wat de witte stipjes zijn, lijkt me wel voor iedereen duidelijk.

. Oudeschild: Kaap Skil, Museum van Jutters & Zeelui.

De molen ’de Traanroeier’ staat centraal op het terrein van het museum.
.. Daaromheen staan de smederij, een schuur voor reddingboten, een graanpakhuis en
. .enkele wierschuren.
Je kunt bij Kaap Skil van alles zien op het gebied van visserij, scheepsarcheologie, VOC
..
en natuurlijk strandjutten! Hier kun je duizenden gejutte spullen bewonderen.

De Ruyterstraat in Oudeschild.
Oudeschild is een van de leuke dorpen aan de oostzijde van het eiland.
.. Een ander is Oosterend. Ook de gehuchten De Waal en Oost zijn aardig.


Skillepaadje en de Skilsloot:
- In de VOC-tijd lagen de schepen voor de rede van Texel te wachten op
. gunstige wind om uit te varen. Ze haalden dan water uit de Wezenputten
. bij Huize Brakestein. Het water werd in tonnen met bootjes via de
. Skilsloot naar de dijk vervoerd, over de dijk gehesen en naar de schepen
. gebracht.
- Het
ijzerhoudende water bleef lang houdbaar en was daarom zeer
. geliefd bij zeelui.
- De putten waren eigendom van het Texelse weeshuis en de opbrengst
. van.de verkoop kwam ten goede aan het weeshuis.
. Vandaar ook de naam: de Wezenputten.

. Zie ook artikel:
. www.trouw.nl/home/langs-de-skilsloot-levensader-van-de-nederlandse...


Brakestein:
Aan het Skillepaadje, tegenover de Wezenputten, ligt de hoeve Brakestein.
Vroeger was hier een deftig landhuis. Belangrijke heren, zoals de
admiraals Tromp en De Ruyter, logeerden hier.



Een van de Wezenputten aan het Skillepaadje, tegenover boerderij Brakenstein.
Het Texelse drinkwater dat de VOC-schepen kochten, kwam uit deze Wezenputten.
.. Vanwege het hoge ijzergehalte was het aan boord lang houdbaar.


De hoogste berg ? :
- De Hoge Berg tussen Den Burg en Oudeschild, is ca. 15 m boven NAP,
. terwijl de
duinen op Texel tot ongeveer 24 m hoog zijn.
- Toch is de
Hoge Berg de meest bijzondere, want deze keileemheuvel is
. een restant van een
stuwwal van de voorlaatste ijstijd zo'n 150.000 jaar
. geleden. ( De duinen zijn veel jonger, hooguit zo'n 700 jaar).
. Deze stuwwal loopt van Den Hoorn via Den Burg naar Oost over het eiland.
- In de stuwwal is keileem (grondmorene) te vinden, d.w.z. een mengsel van
. keien, stenen, grind, zand en leem. (Het wordt keileem genoemd vanwege
. de keien en het hoge leemgehalte)
- De keileemheuvels van Texel zijn al duizenden jaren bewoond en er zijn
. veel stenen werktuigen e.d. gevonden.
- Men hield hier schapen.
- Er is een uitzichtpunt. (De topografische kaart heeft geen symbool voor
. een uitzichtpunt; daarom heb ik er zelf een in het kaartfragment gezet.)


De terugtrekking van het landijs vanaf het Saalien vond schoksgewijs plaats.
.. Soms breidde het ijs zich weer tijdelijk uit.
Tijdens zo'n uitbreiding is op een aantal plaatsen de aanwezige keileem (grondmorene)
.. opgestuwd tot stuwwallen. Hiertoe behoort o.a. de Hoge Berg op Texel.

Bruin = de stuwwallen aan of nabij het oppervlak.
.. Blauw = de stuwwal bedekt met jongere afzettingen.



Tuunwallen als perceelscheidingen:
- Tuun betekent géén tuin, maar omheining.
..Denk aan het Duitse 'Zaun' = omheining en
. het Engelse 'town' = ommuurde stad
- Tuunwallen zijn wallen van op elkaar gestapelde graszoden, die de
. percelen van elkaar scheiden.
-
. Sloten graven, zoals op het lage land, had hier geen zin. Ze zouden in dit
. glooiende terrein leeg staan.
. Een afrastering van hout maken, kon ook niet, omdat er op het boomarme
. eiland van toen nauwelijks hout te vinden was.
. En tenslotte waren ook geen houtwallen of heggen mogelijk, omdat de
. jonge aanplant hier dood zou gaan door watergebrek.

. De enigste oplossing die overbleef, was muurtjes van graszoden.
. En om te voorkomen dat de schapen toch nog over de lage wallen sprongen,
. werden er duindoorntakken ingestoken.
-
Door de tijd heen zijn de tuunwallen door uitspoeling voedselarm geworden
. en daarmee aantrekkelijk voor veel wilde planten.

............................................
.......................................Een dwarsdoorsnede van een tuunwal
...................................... Aan de rand graszoden en binnenin zand.


Schapenboeten:
- Een Schapenboet is een hooischuur ver van de boerderij (boet = schuur).
- Het is dus géén stal. Het Texelse schaap is. winterhard en kan het hele jaar
..buiten blijven.
- Ze werden gebouwd, omdat de graslanden vóór de ruilverkaveling zeer
..verspreid en dus soms
ver van de boerderij lagen.

.
Naast tuunwallen zijn ook schapenboeten karakteristiek voor het 'oude land'.
De meeste schapenboeten staan met hun voorgevel met toegangsdeur naar het oosten.
.. Op die manier kan de boer in de luwte het hooi binnen doen.


Georgische Begraafplaats:
- Hier zijn de 476 krijgsgevangenen begraven die aan het einde van de
..Tweede Wereldoorlog sneuvelden in de
opstand tegen de Duitse bezetters.
- Toen het Duitse leger Georgië bezette, konden de krijgsgevangenen daar
. kiezen tussen een ellendig leven in een concentratiekamp of dienst nemen
. in het Duitse leger. Ze werden overgebracht naar Texel, waar ze de kust
. moesten verdedigen.
- In april 1945, toen het voor iedereen duidelijk was dat de Duitsers de oor-
. log zouden verliezen, kwamen de Georgiërs in opstand.
. Ze vermoordden hun Duitse bewakers, de meesten in hun slaap.
. Daarna veroverden ze het grootste deel van het eiland.
- Maar de Duitsers haalden versterking en wisten Texel terug te veroveren.
. Ze begonnen een klopjacht op de Georgiërs. Bij de vuurtoren is hevig
. gevochten.
- De gevechten tussen de duitsers en de Georgiërs gingen na de bevrijding
. op 5 mei nog door. Pas op 20 mei maakten de geallieerden een einde aan
. de strijd.


Fort De Schans:
- Voor een uitstapje naar het stervormige fort volg je het paadje aan je
. rechterhand. Wandel rond over het stervormige fort en bekijk het kanon. 
- Dit fort liet Willem van Oranje rond 1574 aanleggen om Texel en de
. rede van Texel te beschermen tegen de Spanjaarden.
. ( Er was in die tijd geen haven, dus de schepen legden buitendijks aan,
. ter hoogte van Oudeschild. Deze ankerplaats werd de 'Reede van Texel'
. genoemd. Daar lagen de schepen van de Verenigde Oost-Indische
. Compagnie (VOC) te wachten op de juiste windrichting om af te varen. )
- In de Franse tijd (1810 tot 1813) werd dit fort vergroot en nog met
. twee steunforten Lunette en Redoute versterkt.
- Door het ophogen van de waddendijk werd het stervormige fort De Schans
. gehalveerd.
. Nu is het fort gerestaureerd en zoveel mogelijk teruggebracht naar de
. situatie van rond 1813. Het is vrij toegankelijk.


Fort de Schans.


Waddendijk:

- Deze is nu op Deltahoogte: . 7,45 meter boven NAP.
- Hier kun je de eider en zilvermeeuw volop in actie zien.
. De zilvermeeuw eet graag de mosselen die gehecht zijn op basaltblokken.
. De meeuw laat de losgepikte mossel in zijn vlucht van grote hoogte op de
. stenen kapot vallen. Zo ligt het mosselvlees hapklaar op het basalt!


Fort Lunette:
- Het is een steunfort en bedoeld als flankbescherming van Fort de Schans.
- Fort Lunette bestond uit een gracht en een aarden wal.
- Mocht de vijand zich op het Skillepaadje of in Oudeschild bevinden, dan
. kon men die vanuit het fort beschieten.
- De aarden wal van Fort Lunette is rond 1930-1935 afgegraven.
- De grond werd gebruikt voor het ophogen van de waddendijk.


Büttikofers Mieland (reservaat):
- Dit reservaat is nog een stuk Texels weiland,.zoals dat in vroegere jaren
. overal gevonden kon worden, maar door. ontwatering en kunstmestgebruik
. op de meeste plaatsen verdwenen zijn.
- Het is nat grasland, waar Biezensoorten zich thuis voelen.
..Er groeit ook
engels gras, wat duidt op een zilt karakter.
- Hier wordt pas na 1 juli gemaaid.
- Er broeden weidevogels en kluten.

- In de plasjes foerageert onder andere de watersnip. Met zijn lange, rechte
..snavel is hij, met zijn snelle, ritmische kopbewegingen, op zoek naar kleine
..waterbeestjes.
..De wilde eend, slobeend en kuifeend doen er zich tegoed aan waterplanten.
..De kokmeeuw komt ook graag in Büttikofers Mieland.

Zie ook: https://staatsbosbeheertexel.files.wordpress.com/2015/07/.....


 

 

4. Tweedaagse door het duinlandschap
.... . ( WaddenWandelen (Streekpad 4)

......


De rode streepjeslijn vormt het westelijk deel van de meerdaagse route
WaddenWandelen.



De twee wandeldagen door het westelijke deel van Texel zijn erg mooi.
.. Je loopt er door het Nationaal Park Duinen van Texel.
.. Er is veel variatie met:
.. polder, dijk, kwelder, natte duinvalleien en duinmeren, strand,
..
droge duinen,
duinheidevelden en duinbossen.
Ze is 40 km, verdeeld over de volgende twee dagetappes:
... 't Horntje — De Koog = 21 km
... (
met de mogelijkheid van inkorting bij Ecomare, na 17 kilometer).
... De Koog — De Cocksdorp = 17 of 19 km
Deze twee wandeldagen zijn slechts een eerste kennismaking met het
... nationaal park.
... Veel terreinen zijn daar de moeite waard om uitgebreid te bezoeken.
Dit deeltraject behoort tot de zeer mooie deeltrajecten van Nederland.



Routemarkering in het terrein:
WaddenWandelen SP 4 is gemarkeerd in het terrein met
een geel en een rood streepje onder elkaar.


Route in onderstaande deelkaartjes:
Een
rode streepjeslijn.
( Je kunt ook op de Staatsbosbeheer Wandelkaart 01 Texel kijken. Daar
staat ze eveneens ingetekend met het gele en rode streepje onder elkaar).

Denk aan verrekijker:
Dit geldt voor alle wandelingen op Texel.


Drinkwater:
Telkens goed bekijken hoeveel je mee moet dragen.



Rode streepjeslijn in de kaart is de meerdaagse route WaddenWandelen.
Maak ook uitstapje zuidwaarts naar de hoge duinenrij ten zuiden van de Kreeftepolder.
.. Daar heb je een mooi uitzicht o.a. op de jonge helmduintjes.
Bij strandpaal 9 hebben we een afslagkust (strandhoofden, smal strand en steile
.. duinvoet).. ( Bij de Hors daarentegen een aangroeikust (breed, hoog strand).



De MokbaaI:
- De Mokbaai dankt haar naam aan een diepe geul midden in die baai:
. de Mok.
- Door de aanwezigheid van een smalle kwelderstrook, wadplaten,
. een mosselbank en de diepe geul ( de Mok) wordt de baai ook wel
. omschreven als de Waddenzee in het klein.
- De Mokbaai is een belangrijke foerageerplek voor watervogels.
. Bij eb scharrelen er duizenden wadvogels rond. Denk aan steltlopers,
. ganzen, eenden, meeuwen en sterns.
- De Mokweg, die langs de baai loopt, is ooit aangelegd om het
. opwaaiende. zand vanaf de Hors op te vangen.
. ( In de 18 de eeuw was de Mok een.ankerplaats voor zeeschepen.
.. Ze dreigde te verzanden door opstuivend zand vanaf de Hors.)


De Geul:
- De Geul is een natte duinvallei tussen twee duinenrijen in.
. Ze was aanvankelijk in het oosten verbonden met de zee.
. Na de afsluiting in 1921 kon er geen zoetwater uit de Geul meer naar zee
. stromen en werd de Geul steeds natter. Er is nu zelfs een duinmeer.
- Rond eind februari keren hier de lepelaars terug uit Afrika.
. 's Zomers broeden er in het riet rond het meer enkele honderden paartjes.
. Het aan- en afvliegen is goed te zien vanaf het uitzichtpunt aan de
. Mokweg.
- De Geul is ook populair bij roofvogels als de bruine - en blauwe kiekendief.
- En aan de westkant broedt een grote meeuwenkolonie. Je vindt hier
. zilvermeeuwen, stormmeeuwen en kleine mantelmeeuwen.
- Ook zijn er grote grazers: Schotse hooglanders en exmoorpony's.
- In deze duinvallei komt veel duindoorn voor. De vrouwelijke planten dragen
. in het najaar de bekende fel oranje zure bessen. Het is een belangrijke
. plant voor het duin: ze draagt bessen die gegeten worden door trekvogels
. en brengt via wortelknolletjes voedingsstoffen (stikstof) in de bodem.
. Hierdoor groeien in de buurt van duindoorns dichte vlierbosjes en
. een bodembegroeiing van brandnetelsoorten, bitterzoet en dauwbraam.


De Horsmeertjes (Horspolders):
- Deze twee duinmeren vormen een verdronken duinvallei die ontstaan
..is door het leggen van een stuifdijk ten zuiden daarvan.
. Ze worden onderling gescheiden door een stuifdijk in noord-zuid richting.
- Ze hebben brede rietkragen.
- Het zijn gebieden met een bijzondere flora en fauna.
- Onder andere veel vogels. In de brede rietkragen broeden bijvoorbeeld
. bruine kiekendief, blauwborst, roerdomp en baardmannetje.
. De laatste twee soorten staan op de zogenaamde ‘Rode Lijst’, een lijst
. van bedreigde en kwetsbare vogelsoorten.


.• Een van de twee Horsmeertjes.
In de maand juni, als moerasandijvie in bloei staat, lijkt de oever hier en daar met een
.. felgele deken afgedekt.
Moerasandijvie is een pionierplant die alleen in de vorm van zaad kan overleven.
.. De ouderplanten komen één keer in bloei, zetten zaad en sterven dan af.


De Kreeftepolder:
- De Kreeftenpolder is een door een stuifdijk van de strandvlakte
. gescheiden natte duinvallei.
- In de Kreeftepolder bevindt zich een
stormmeeuwenkolonie.
- 'Kreeft' verwijst naar de opzichter van Rijkswaterstaat , Jaap Kreeft,
. die bij de aanleg
van de polder de leiding had.
- Maak een uitstapje zuidwaarts naar de hoge duinenrij ten zuiden van de
. Kreeftepolder. Daar heb je een mooi uitzicht o.a. op de jonge helmduintjes.


De rode streepjeslijn is de meerdaagse route WaddenWandelen.
Hier hebben we een afslagkust. Je herkent ze aan het smalle strand, de strandhoofden
.. en de steile door de zee aangevreten duinvoet.


Het Mokslootgebied:
- Het duingebied ten westen en zuidwesten van Den Hoorn was in het begin
. van de 19e eeuw een ongestoord gebied met natte valleien en duinplassen.
. Eind 19e eeuw werden de duinen tussen de Mokbaai en de Bleekersvallei
. grootschalig ontwaterd door de aanleg van de Moksloot.
- Na langdurig agrarisch gebruik werd het gebied in 1956 ingericht als
. waterwingebied.
- Een derde grote verandering volgde, ditmaal ten gunste van de natuur:
. in 1993 werd de waterwinning beëindigd, waarna natte duinvalleien zo
. goed mogelijk werden hersteld.
- In aanvulling daarop heeft Staatsbosbeheer in grote delen. van de vlakken
. (= duinvalleien) de humeuze en verruigde toplaag laten verwijderen.
. Het. doel hiervan was om de vegetatie van de voedselarme duinvalleien
. weer. een kans te geven.


De Moksloot is een van de weinige duinbeken in de Nederlandse Waddenzee die zonder
.. gemaal. of sluis direct afwatert in de zee.


De Bollekamer: oude, kalkarme duinen.
- Zo heet het duingebied tussen het
Hoornderslag en het Jan Ayeslag.
. ( slag .= een pad door de duinen, meestal in de richting van het strand )
- Het zijn
oude, kalkarme duinen. Vandaar de kraai- en struikheide.
. Het zand is er door de eeuwen heen
ontkalkt geraakt.
. De mineralen zijn er door de regen uitgespoeld.
- De valleien zijn hier door de wind helemaal uitgeblazen, tot op het
. grondwater.
- Wandel hier
rond de laatste week van augustus als de struikhei in volle
. bloei staat.
-
Schotse hooglanders en exmoorpony's begrazen het gebied.

(Rode streepjeslijn is de meerdaagse route WaddenWandelen.)


De Westerduinen:
- Tussen Jan Ayeslag in het zuiden en Westerslag in het noorden liggen
. de Westerduinen, die ooit onder het vroegere dorp De Westen vielen.
- Wie nu de Westerduinen bezoekt, wandelt in een tamelijk smal, droog
. duingebied met fraai gevormde hoge duinen, grillige valleien en een deels
. stuivende zeereep (= duinenrij die grenst aan het strand).
- Een terrein met een vrij ruige vegetatie en veel verspreid staande
. meidoorns en als bijzondere broedvogels blauwe kiekendief en velduil.
. Van voorjaar tot zomer roepen er wulpen met hun onmiskenbare,
. verdragende jubel.
- Aan de oostzijde liggen beboste duinen, de Dennen.


De Dennen:
- De Dennen heet het grote bosgebied tussen Den Hoorn en De Koog.
. Het is aangelegd in het begin van de 20ste eeuw op de binnenduinrand.
- Eerst werden vooral zwarte dennen geplant, vandaar de naam. Later
. volgden loofbomen.
- Men wilde de onrendabele gronden nuttig maken door hout te gaan
. produceren voor de mijnbouw.
. Op sommige plekken boden de geplante bomen ook beschutting voor het
. boerenland tegen stuifzand uit de duinen. Dit was bijvoorbeeld nodig in de
. buurt van De Koog.
- Eenvoudig was dat aanplanten niet. De grond was op veel plaatsen te nat.
. Door de aanleg van sloten kon het overtollige water via de polders naar
. zee wegstromen. Op andere plaatsen was het juist de droogte die voor
. moeilijkheden zorgde. Men legde daarom natte turfstukken in de
. plantgaten bij de wortels van de jonge aanplant.
- De bomen groeiden echter slecht door de arme grond.
- Bovendien kunnen ze slecht tegen de. zoute zeewind.
. Het zout onttrekt water uit de naalden en knoppen.
. Vooral bomen aan de westelijke bosrand hebben het zwaar te verduren.
. Om de naaldbomen te beschermen, plantte Staatsbosbeheer loofbomen
. aan de westrand van de bossen. Loofbomen krijgen, anders dan naald-
. bomen, ieder voorjaar nieuwe bladeren. Hierdoor heeft zout minder
. invloed op loofbomen. De loofbomen vormen zo een buffer, waarachter
. de rest van het bos kan schuilen. Het effect van de wind op de beschutte
. bomen is duidelijk zichtbaar. De voorste boompjes groeien niet hard, en
. ze blijven laag. De tweede rij wordt al weer wat hoger, en de derde rij
. nog wat hoger.
. Zo ontstaat een gesloten, oplopende windsingel (zie tekening hieronder).
- Inmiddels zijn de bossen gevarieerder geworden, met loofhout en een
. rijke ondergroei van o.a. varens.
- Door de aanleg van het bos is Texel verrijkt met vele nieuwe soorten
. broedvogels, zoals de zwarte mees, de grote bonte specht en de goudhaan.

Een windsingel bestaat uit rijen loofboompjes die van nature in het kustgebied
voorkomen: meidoorn, els, esdoorn, lijsterbes en berk.
De voorste boompjes groeien niet hard, en ze blijven laag. De tweede rij wordt al weer
wat hoger, en de derde rij nog wat hoger. Zo ontstaat een gesloten, oplopende windsingel.


De Bleekersvallei:

- Ten noorden van het Westerslag ligt het tegenwoordig droge gebied van
. de Bleekersvallei. Het is weidser dan de Westerduinen en heeft oude
. uitstuivingsvalleien (mede door overbeweiding).
- De Bleekersvallei vormt een overgang naar het iets kalkrijkere noordelijke
. duin van Texel. Dat is te zien aan enkele opvallende plantensoorten,
. waaronder de keverorchis.
- Sinds 1900 is de kustlijn hier 300 m teruggeweken.


Ecomare en het Duinpark:

- Ecomare is een informatiecentrum, zeedierentuin en natuurmuseum in één.
- In de zeehonden- en vogelopvang worden hulpbehoevende dieren verzorgd.
..De zeehonden vormen de grootste attractie. Het voeren is een spectakel
. waar veel bezoekers op af komen.
- Tegenwoordig verblijven er ook bruinvissen.
- Een bezoek is verplichte kost voor de Texel-wandelaar.
- Het Duinpark ligt ten zuiden van Ecomare en is ingericht als voorbeeld-
. gebied voor natuurvoorlichting. Er zijn natuurpaden met
informatieborden.
- De opbouw van de vegetatie van het duin is er goed te zien:
. in de zeeduinen helm, gevolgd door struiken als dauwbraam, gewone vlier
. en. kruipwilg.
. Daarachter zijn de duinen begroeid met duinroosjes.
..In de oudere duinen groeien heidesoorten.


De Seetingsnollen:
- Dit hoge, droge en afwisselende duingebied is een strook van nog geen
. kilometer breed.
. ( Nol is Noord-Hollands voor duin, op Texel in gebruik voor hoog duin).
- Het bevat naaldbos, heide, hellingen met in mei duizenden duinroosjes en
. tapuiten, duinpannen vol bloemen, struikgewas met roodborsttapuit en
. vlakbij zee een door helm overgroeide zeereep met jonge vlierstruiken aan
. de lijzijde. ( zeereep = duinenrij die grenst aan het strand).
. Ter hoogte van De Koog wordt het zeeduin aan de strandzijde opgefleurd
. door honderden blauwe zeedistels.

(Rode streepjeslijn is de meerdaagse route WaddenWandelen.)


De Koog:
- Een paar eeuwen geleden vormden de Koogerduinen nog de meest
. noordelijke punt van Texel.
- Tijdens de 16e eeuw verzandden de geulen zodanig, dat de schepen het
. vissersdorpje niet meer konden bereiken. De bewoners verhuisden naar
. Den Hoorn,. waar in die tijd het loodswezen tot bloei kwam.
. De Koog veranderde van een vissersdorpje in in een bescheiden boeren-
. nederzetting met een tiental boerderijen en een bouwvallig kerkje.
- Pas in 20e eeuw is het strandtoerisme tot ontwikkeling gekomen, waardoor
. De Koog uitgroeide tot een drukke badplaats (het 'Zandvoort van Texel').


De Muy:
- Waar nu de Slufter en de Muy liggen, was tot de 16e eeuw een zeegat.
. De duinen in dit gebied zijn dus jong. De invloed van het zoute water
. is nu in De Muy verdwenen.
- Deze duinen zijn ontstaan doordat mensen vanaf De Koog in de afgelopen
. eeuwen zanddijken hebben gebouwd om Texel met Eierland te verbinden.
- In tegenstelling tot de Slufter is de mens er hier wel in geslaagd om een
. stuk strandvlakte in te polderen:
- Doordat er later nieuwe zanddijken op het strand zijn aangelegd, steeg het
. grondwater en ontstond de Buiten Muy, waar bijzondere planten
. voorkomen, onder andere orchideeën. 
- In de langgerekte vlakte in het centrale deel van het Muygebied liggen
. veel weilanden en een markant dennenbosje, dat het Oorlogsschip wordt
. genoemd.
. Staatsbosbeheer heeft een deel van de weilanden geplagt om de planten
. en dieren van natte duinvalleien hier weer de ruimte te geven.
. De afwateringssloot is gedempt en vervangen door een duinrel door het
. laagste deel van het gebied. Het regenwater stroomt nu minder snel naar
. zee en zakt meer naar het grondwater.
- Het gebied bezit een beroemde lepelaarkolonie en heel veel aalscholvers.
- De Bertusnol ( nol = hoog duin) werd vernoemd naar Bertus Eelman, een
. opzichter van Staatsbosbeheer.
. Vanaf dit 22 m hoge duin uitzichtpunt kon Bertus zijn werkgebied goed
. overzien.


De Nederlanden:
- Het huidige gebied de Nederlanden omvat de oostelijke helft van het
. duingebied tussen De Koog (vanaf het Mienterglopslag) en de Slufter.
- Het grootste deel van de valleien is ooit ontgonnen tot grasland.
- De meeste ontginningen zijn ruim 80 jaar later weer omgezet in natuur.
- Eind jaren 60 werd op een deel van de graslanden begonnen met
. verschralingsbeheer, waardoor orchideeën en ratelaars terugkeerden.
. In 2008 is een groot natuurherstelproject uitgevoerd. De meeste
. ontgonnen graslanden zijn geplagd en de rechte afwateringssloot werd
. omgevormd tot een licht kronkelende duinrel met glooiende oevers.
. (Deze rel wordt 'kreek'genoemd ook al ligt hij binnendijks).
. Schapen en runderen houden de begroeiing in toom.

(Rode streepjeslijn is de meerdaagse route WaddenWandelen.)

De Slufter, Texels meest bijzondere natuurgebied:
- De Slufter is ontstaan na een doorbraak van de zeereep (westelijke
.. stuifdijk). Hierin zit nu een opening van ongeveer 400 meter.
. Het water van de Noordzee kan door dat gat in de zeereep een grote
. vlakte binnendringen.
. Eb en vloed spelen hier dus dagelijks hun spel in het krekenstelsel
. en zorgen zo voor een bijzonder planten- en dierenleven.
- Onder normale omstandigheden vult de vloed (opkomend tij ) alleen de
.. kreken
(dus niet de hele vlakte) en lopen die bij eb.(afgaand tij ) weer
. leeg.
. Alleen bij extreem hoogwater( springtij of stormvloed ) wordt de héle
. sluftervlakte
overspoeld met zout zeewater.
. Dat gebeurt enkele keren per jaar.. Kijk maar eens naar het vloedmerk
. onder aan de voet van de stuifdijk.
- Zie verder o.a.: www.waddenacademie.nl/nl/wetenschap/wadweten/....



Een gedeelte van de Slufter (een 'achterduinse' kwelder).


De Eierlandse Duinen: oud en kalkarm.
- Historisch gezien vallen ook de duinen in het noorden van de Slufter en
. rond de Hanenplas hieronder. Ze zijn in de middeleeuwen ontstaan op het
. eiland Eierland, dat in de
17de eeuw via de Zanddijk, een stuifdijk,
. verbonden werd met Texel.
. Deze duinen op Eierland zijn dus veel ouder dan de duinen bij de Muy en
. de Slufter.
- De naam
Eierland komt heel waarschijnlijk van de aanwezigheid van grote
. aantallen broedende zeevogels, waarvan de eieren in de 17e en 18e eeuw
. bedrijfsmatig geraapt werden.
- De tegenwoordige Eierlandse Duinen zijn
kalkarm en betrekkelijk arm
. begroeid.
. Er liggen natte en droge duingraslanden en kleine bosjes, die. bekend zijn
. om de bijzondere trekvogels, die daar neerstrijken.
. Ze zijn ook rijk aan mossen en lichenen.
- De
vuurtoren is opvallend in het landschap aanwezig.
. ( openingstijden van de vuurtoren zie www.vuurtorentexel.nl )
- Op die plaats is er al vele jaren
duinafslag. Om de vuurtoren te behouden,
. is een deel van de duinen bekleed met een asfaltlaag.
..Ook werd er een
lange strekdam in zee aangelegd, waardoor er weer een
. breed strand met embryonale duintjes ontstond.
- Het eerste gedeelte wandel je over een zeer druk fietspad. Om voor mij
. onbegrijpelijke redenen is er nog steeds geen wandelpad aanwezig.

Bol .... ... = een meestal wat afzonderlijk liggend duin in een overigens ...................vrij lage en vlakke omgeving. Bijv. de Palenbol in de Slufter.
...................Ook in meervoud als aparte duingroep, bijv. de Slufterbollen.

Duinmeer..= als het grondwater vrijwel het hele jaar boven
....................het .maaiveld staat.

Duinmoeras..= als er teveel plantengroei is om van .................
....................
open water (duinmeer).te kunnen spreken.

Natte duinvallei..= duinvallei waar de grondwaterstand hoog genoeg is
................... om de plantenwortels het hele jaar door te bereiken.
....................In de winter staan deze valleien doorgaans blank,
....................in de zomer vallen ze droog.

Nol...........= Noord-Hollands voor duin, op Texel: hoog duin.
.................
...Bijv. de Bertusnol, de Fonteinsnol, de Kapenol.

Primaire duinvallei ...= duinvallei ontstaan door afsnoering van een
............. ......strandvlakte.

Secundaire duinvallei..= later uitgeblazen vallei.

Kreek.......= afwateringsgeul op een kwelder.

Kwelder... = begroeid, buitendijks terrein aan de kust, dat alleen bij
....................
extreem hoog water.( springtij of stormvloed ).wordt ....................overstroomd.
....................Er groeien daar zoutminnende planten die met hun
....................stengels en bladeren slibdeeltjes invangen en zo de
....................sedimentatie bevorderen. Zo slibt de kwelder op.

Slufter.......= een doorbraak door de zeereep waar .het getijdenwater
.................... regelmatig het achterliggende gebied binnenstroomt
.................... via een geul die het strand doorsnijdt.

Stuifdijk....= een kunstmatig opgestoven duinenrij.
.....................Op plekken waar het samenspel tussen zand en wind zelf
.....................geen duinenrij vormt, kan de mens de natuur een handje
.....................helpen door een stuifdijk aan te leggen.
.................... Met behulp van riet- of takkenschermen, geplaatst in een
.....................lange rechte lijn, vangt men zand in om het vervolgens vast
.....................te leggen door helm aan te planten.

Vloedmerk = een streep van aanspoelsel (rommel, wieren, schelpen)
.....................langs het hele strand.
..................... Als het water aan het eind van de vloed op z’n hoogst is,
.....................blijft de waterlijn een tijdje op dezelfde plek. Alles wat in
.....................de branding heen en weer rolt heeft dan de tijd om aan te
.................... spoelen. Zo krijg je een vloedmerk.
.................... Vaak zijn er meer vloedmerken op het strand. De wind is
.................... niet altijd even hard, en dus komen de aanspoelsels niet
.................... altijd even ver.

Zeereep... = duinenrij die grenst aan het strand ; buitenste duinenrij.



WANDELBROCHURE, -GIDS, - KAART en BOEK:


. Eilandroutes.
.... Brochure met 4 fietsroutes en 10 wandelroutes
.... VVV Texel, 2015

.


. WaddenWandelen (Streekpad 4)
.... De Vrije Uitgevers, 2013

.



. Texel - Staatsbosbeheer Wandelkaart 01
....
.schaal 1: 25.000
.... Goede overzichtskaart met daarop wandelroutes,
.... fiets- en. ruiterpaden.

.




. Duinen en Mensen Texel
.... Rolf Roos & Nico van der Wel (red.), 2013
.... Uitg. Natuurmedia, A'dam.

.....Dit prachtige, populair-wetenschappelijke boek
.... geeft je de nodige achtergrondinfo.

.


Te bestellen bij:
Reisboekwinkel de Zwerver ( webshop voor reisgidsen en landkaarten) 



Overnachtingsmogelijkheden:

Deze reis wordt nog veel leuker met een heerlijk hotelletje.
Bekijk hier de mooiste hotels en B&B's :

- Trivago

- Booking.com

.



... Deze wandelsite is niet-commercieel, onafhankelijk en gratis.
... Dat is enkel mogelijk door steun van de bezoekers.
...
... Heb je hier goede info gevonden, toon dan je waardering door een
... kleine donatie voor het vele werk.
... .Zo kan de website ook gratis blijven en uitgebouwd worden!

............................................... .
... • Betaal met deze knop in een paar klikken via je eigen PayPal-saldo.
... • Heb je zelf nog geen PayPal-rekening, dan kun je toch via PayPal
...... vanaf j
e creditcard geld overmaken.

....Uiteraard kun je ook doneren door overschrijving op mijn
.. ING-bankrekening:

.. IBAN : NL38 INGB 0003 5057 89
.. BIC : INGBNL2A
.. t.n.v. P. C.M. Smulders.



Historie van het landschap

In de laatste ijstijd (80 duizend tot 10 duizend jaar geleden) was het gebied waar nu Texel ligt ijzig koud. De Noordzee lag voor een groot deel droog.
Je kon van hier zo naar Engeland lopen! In die tijd is het zand, waaruit later
de Texelse duinen zijn ontstaan, hier terechtgekomen.

Vanaf zo’n 10.000 jaar geleden werd het klimaat warmer.
De zeespiegel steeg en de Noordzee liep vol.
De golven wierpen grote zandbanken op. Deze zandbanken werden zo hoog
dat ze na verloop van tijd boven zeeniveau uitstaken.
Ze raakten begroeid met planten die nog meer zand vast hielden;
zo ontstonden er duinen. Deze duinen groeiden aan elkaar vast en vormden een beschermende wal tegen de zee.
Op Texel zaten de duinen vast aan een stuwwal uit de voorlaatste ijstijd,
die daar al 150.000 jaar lag, met daarop de Hoge Berg (15 m).
In de loop der tijd verlegden zeestromen, zandbanken en duinen zich met
grote regelmaat. Er was voortdurend sprake van duinvorming en duinafslag, totdat de mens de duinen grotendeels vastlegde.

Als een stuk strand door een rij nieuwe duinen niet meer onder directe
invloed staat van de zee, raakt het begroeid en wordt het een zogenaamde jonge duinvallei. Deze zijn beroemd om hun bijzondere plantengroei.
Een duinvallei in deze vorm blijft zo’n 20 jaar bestaan.
In de loop van de tijd ontstaat door plantenafval een humusrijke laag op de zandbodem. Daardoor wordt een jonge duinvallei onvermijdelijk een
oudere duinvallei, met heel andere planten.
Als zo’n vallei nog veel ouder wordt, spoelt de regen alle mineralen uit de bovenste zandlaag en ontstaat een zure, voedselarme grond waar eigenlijk alleen heide kan groeien.
De heidegronden op Texel zijn in ieder geval ouder dan 200 jaar.


Invloed van de mens:

Mensen hebben een grote rol gespeeld bij de ontwikkeling van het landschap en de natuur in de Texelse duinen. Een groot deel van de duinen is gevormd door de aanleg van stuifdijken op het strand.
Zo is in de 17e eeuw de Zanddijk tussen Texel en Eierland aangelegd en
later westelijk daarvan nog meer zanddijken, waardoor de Muy en de
Slufter konden ontstaan.
De Mokbaai, de Horsmeertjes en de Kreeftepolder zijn ook door de aanleg van stuifdijken ontstaan.
Eind 19e eeuw werd de Moksloot gegraven om het zuidelijke duingebied te ontwateren voor de landbouw.
Ook de aanleg van duinweiden en het aanplanten van bos heeft grote
invloed gehad.
Bovendien zijn dieren (denk aan konijnen, katten en fretten) en planten (bijvoorbeeld sneeuwklokjes en bosanemonen) van elders ingevoerd.

 

 

 

Flora:

De verschillende gebieden binnen het Nationaal Park hebben allen hun
eigen specifieke flora. Het voorkomen van planten wordt beïnvloed door factoren
als vocht, kalkgehalte, zout en blootstelling aan de zon en wind.
De jonge duinen dichtbij het strand bevatten naar verhouding veel kalk en
zijn voedselarm. Hier is vooral helm een veel voorkomende plant. Op de
luwe plaatsen groeien duindoorn en vlier.
De oudere verder landinwaarts gelegen duinen zijn kalkarm en voedselrijker. Hier kunnen heidesoorten groeien soms met duinroosjes.
Bomen en struiken hebben het nergens in de duin gemakkelijk.
Bosjes die boven de duinen uit komen worden onmiddellijk ‘afgeschoren’
door de zoute zeewind, die aan de bosjes dezelfde gladde en ronde vormen geeft als aan de duinen zelf.

In de duinvalleien vinden we andere plantensoorten dan op de duintoppen. Afhankelijk van de grondwaterstand vinden we planten die van vocht
houden: waternavel, watermunt, de zeldzame parnassia en orchideeën.

De zuid- en de noordhelling van een duin hebben een totaal verschillende plantengroei.
De planten op de zuidhelling hebben het zwaar te verduren. De temperatuur wisselt zeer sterk en kan soms oplopen tot 50 graden Celsius. Op deze hete, droge hellingen staat veel buntgras en groeien mossen en korstmossen.
De noordhellingen liggen in de schaduw en blijven daardoor veel koeler en vochtiger. Daarop vind je veel meer planten, weelderige mossen en
eikvarens.

De meest geplante bomen in De Dennen zijn de Corsicaanse en de Oostenrijkse den, variëteiten van de zwarte den. Daarnaast zijn ook grove dennen, beuken, eiken en vele andere soorten bomen geplant.
Berken en lijsterbessen zijn spontaan verschenen.
De struiklaag bestaat vooral uit bramen, kamperfoelie en Amerikaanse vogelkers.
Door het uitdunnen van het bos komt er meer licht op de bodem.
Hierdoor kunnen zaden van jonge bomen en struiken ontkiemen, waardoor
de struiklaag dichter wordt.

Het uitgestrekte natuurgebied De Slufter neemt een aparte plaats in.
Door een opening in de duinenrij kan het zeewater deze vlakte binnen-
dringen. De zoutverdragende flora omvat soorten als lamsoor, Engels gras, zeealsem en zeekraal. 

Fauna:

De waarde van Texel als vogeleiland wordt vooral bepaald door de rijkdom aan vogels in het duingebied. Jaarlijks broeden er ongeveer 80 soorten, waarvan de lepelaar, dwergstern en de velduil tot de zeldzaamste behoren
en de kleine mantelmeeuw de talrijkste is.
Er zijn vele vogelexcursies te volgen. Kijk op www.vogelexcursiestexel.nl

Het aantal zoogdieren op Texel is door de geïsoleerde ligging klein.
Op Texel leven: hermelijn, konijn, haas, bruine rat, egel, vijf muizensoorten (o.a. de noordse woelmuis).

Van de amfibieën kunt u de bruine kikker en de heikikker, de rugstreeppad
en de kleine watersalamander op Texel aantreffen. De groene kikker is via tuinvijvers geïntroduceerd en rukt ook op in het Nationaal Park.


Weet je aanvullingen en verbeteringen van deze tekst?
Graag een e-mail naar:

e-mailadres

En tot slot: veel wandelplezier !
Piet Smulders, 2017


. ... . ... .