.
KNAPZAKROUTE ... LOON – TAARLO

 

............................Noordlus . 10 ½ km ... en ... Zuidlus ..8 km

Snel naar:

1... Noordlus 10 ½ km

2... Zuidlus 8 km


Belangrijk !

In de loop van de tijd verandert er van alles onderweg:
paadjes verdwijnen,  nieuwe weggetjes worden aangelegd, etc. 
Kijk daarom vooraf op de website:
.  https://knapzakroutes.nl/bokd/overzicht-knapzakroutes/k30
Bij het hoofdstuk Routenieuws staan de recente routewijzigingen.

Noteer ze in je wandelgidsje !



Je bezoekt de twee zeer karakteristieke esdorpen Loon en Taarlo
in het Nationaal beek en esdorpen-landschap Drentsche Aa.
Hiervan heeft Taarlo het leukste dorpsgezicht.

Het kleine esdorp Loon ligt vlak bij Assen.
Gelukkig hebben een kanaal en een spoorlijn er anderhalve eeuw geleden
voor gezorgd dat Loon zichzelf kon blijven.
En de ligging op de rand van het beekdal van de Drentsche Aa zal het
dorp hopelijk tot in lengte van dagen voor verdere aantasting behoeden.
(Lees ook de volgende interessante info.)


In het omliggende landschap vinden we nog de drie elementen terug die
eeuwenlang het landbouwsysteem hebben bepaald, namelijk:
1.
essen,
2. groenlanden
( wei- en hooilanden in het beekdal ) en
3. heidevelden.

Landschapselementen zijn enkele
pingoruïnes, enkele hunebedden,
tientallen
grafheuvels en een aantal oude boerderijen.

De hoofdroute van 18 km is te splitsen in:
1. Noordlus . 10½ km.
2. Zuidlus . 8 km
Zie beide kaartjes hieronder.
Hoofdstuk1

. . . 1.. . NOORDLUS . . 10½ km

• Bron: J.W. van Aalst, www.opentopo.nl
Elk vierkant van het vierkantennet is in werkelijkheid 1 bij 1 km.

Rode streepjeslijn = wandelroute.

Om te pauzeren neem ik altijd een zitmatje mee, zodat je dat overal kunt doen.
.. Voor degenen die liever op een bank zitten, zie de bank-symbooltjes.


Samenvatting Noordlus:
• De route brengt je over de Looneresch naar het prachtige esdorp Taarlo en
langs de
groenlanden (wei- en hooilanden in het beekdal) van het
..Taarlosche Diep. en het Loonerdiep.
Onderweg passeer je het Smalbroekerloopje, een zijbeekje van het
.. Loonerdiep. Een echt juweeltje !


• Boerderij aan de Markeweg in Loon.


Pingoruïnes:
Taarlose Veentje en het ven op de Kampsheide.


Hoe is zo'n pingoruïne ontstaan?

• Tijdens de laatste ijstijd was het zo koud dat de bovenste tientallen
meters permanent bevroren waren (permafrost).
Onder deze bevroren bodem bevond zich grondwater dat vanwege de
grote diepte sterk onder druk stond.
Op plaatsen waar zich scheuren in de permafrost bevonden welde het grondwater daarom omhoog.
Zodra het in de zone met permafrost kwam bevroor het.
Hierdoor ontstond een ondergrondse ijslens, die door de aanvoer van
nieuw grondwater bleef groeien. De grond boven de ijslens werd
steeds verder omhooggeduwd. Er ontstond een heuvel die tientallen
meters hoog kon worden en een paar honderd meter breed.
• Door de aanhoudende groei van de ijsheuvel ontstonden er op een
gegeven moment scheuren in de grond bovenop de ijslens.
• Wanneer het warmer wordt, smelt de ijskern en glijdt de gescheurde
bodem over het smeltende ijs af naar de randen van de heuvel.
Zo vormde zich een aarden randwal.
Toen al het ijs gesmolten was bleef er een ringvormige krater over die
zich vulde met smeltwater: een pingoruïne
• Vanaf het begin van het Holoceen nam de temperatuur sterk toe.
In het pingomeertje gingen planten groeien. Afgestorven planten
verrotten niet maar stapelden zich op tot veen. Geleidelijk raakte de pingoruïne opgevuld met veen. In het landschap waren nu alleen nog
de aarden randwallen herkenbaar.
• Uit koolstofdateringen van plantaardig materiaal uit de onderste
veenlagen is gebleken dat de pingoruïnes zijn gevormd rond de
12.000-11.000 jaar geleden.
In de 19e en 20e eeuw werden de pingoruïnes uitgeveend
Na het uitvenen vulde de pingoruïne zich met regenwater, waardoor
de pingomeertjes weer herkenbaar werden in het landschap.

Zie: www.geologievannederland.nl/landschap/landschapsvormen...

.


• Een gedeelte van het Taarlose Veentje dat aan het dichtgroeien is.
• Dit pingomeertje is best groot. Ik schat haar middellijn enkele honderden meters.

• In de verte zie je de beboste randwal. Die is ongeveer 4 meter hoog.


 

Hunebed D15 Loon:
een zeer bijzonder hunebed.

• Het ligt ten noorden van Loon aan de noordzijde van de Looner es.
• Met 5 dekstenen is dit hunebed middelgroot.
• Het is mooi regelmatig en symmetrisch.

• Van het korte gangetje (= poort ; ingangspartij) zijn de
.. 2 paar poortzijstenen nog aanwezig, maar van de daarop liggende
.. poortdekstenen is er nog slechts 1 over. (zie foto's)
• Ook de steenkrans resteert nog grotendeels. Dit is zéér bijzonder,. )..
.. want bij steenroof in het verleden verdwenen de kransstenen naast
.. de stopstenen en andere kleinere stenen als eerst.
• In de 19 eeuw werd van dit hunebed de aarden dekheuvel verwijderd,
.. omdat.de toenmalige deskundigen ten onrechte dachten dat dat
.. stuifzand was en dus niet bij het hunebed hoorde.


• Bovenaanzicht van een driedimensionaal model.
.. Zie verder: http://www.hunebeddeninfo.nl/d15loon

• De lengteas van een hunebed is dikwijls ongeveer oost-west.
Oorspronkelijk aantal zijstenen (z) = 10
... en ... dekstenen (d) = 5.
.. (dus telkens een setje van 2 zijstenen met daarop een deksteen).
Het korte gangetje ( poort; ingangspartij ) zit in de witte rechthoek.
.. Het wordt gevormd door 2 paar poortzijstenen (z) en
.. er is nog 1 van haar 2 poortdekstenen (d) behouden.
De ovale steenkrans rondom de voormalige aarden dekheuvel
... is nog grotendeels aanwezig. Dat komt bij weinig hunebedden voor.
Zo'n steenkrans bestaat uit kransstenen (k).


• Je kijkt hier noordwaarts.
De ovale steenkrans heeft aan de westkant tamelijk hoge, grote kransstenen (k).


• Je kijkt hier oostwaarts.
• z = zijsteen
.... d = deksteen ..... s = sluitsteen.
Het korte gangetje ( poort; ingangspartij ) wordt gevormd door
.. 2 paar poortzijstenen (z) en er is nog 1 van de 2 poortdekstenen (d) behouden.

• De ovale steenkrans heeft aan de westkant tamelijk hoge, grote kransstenen (k).


Wat is een hunebed ?

Een hunebed is een van grote zwerfstenen gebouwde grafkamer.
Ze komen veel voor in Noord-Duitsland en Denemarken.
(Drenthe is aan de rand van het verspreidingsgebied)
De overledenen kregen eten en drinken in potten mee, maar ook
gereedschap, wapens en sieraden.
De hunebedden komen uit de Nieuwe steentijd, circa 5.000 j geleden.
Dat was de tijd van de eerste boeren.
Ze zijn gebouwd door de mensen van de Trechterbekercultuur.
De graven werden gebruikt gedurende meerdere generaties door bepaalde vooraanstaande families.
Naar schatting zijn er in Drenthe ongeveer 80 gebouwd, waarvan er
nu nog ongeveer 50 over zijn. (In latere tijden zijn veel van de stenen
van de hunebedden weggehaald, vanwege hun bruikbaarheid,
bijvoorbeeld voor de fundering en bouw van kerken).
.



Hoe bouw je een hunebed:
• Eerst verzamelde men zwerfstenen. Deze waren in de voorlaatste
.. ijstijd, ongeveer 150.000 jaar geleden, uit Scandinaviën door het
.. landijs hierheen geschoven.
.. Vele hadden onderin het landijs ingesloten gezeten en honderden
.. kilometers over rotsen en bevroren bodems geschuurd. Daardoor
.. kregen ze één plat vlak. Dergelijke stenen waren het meest geschikt.
.. ( Je kon dan een enigszins rechthoekige ruimte maken en je kon
.. dergelijke stenen gemakkelijker m.b.v. ronde boomstammen,
.. touwen en ossen, maar bovenal mankracht naar de bestemming
.. slepen.)
Idealiter bouw je zo'n hunebed met setjes van 3 grote stenen.
.. Twee zijstenen staan enigszins schuin tegenover elkaar
.. met hun platte vlak naar binnen.
.. Daar ligt steeds een grote deksteen horizontaal bovenop
.. met haar platte vlak onder (zie foto ). ..

• Als je een aantal keer zo'n setje van 3 stenen achter elkaar zet en
.. ze aan beide korte uiteinden afsluit met nog een sluitsteen,
.. krijg je een rechthoekige grafkamer met muren en een dak.
• Hunebedden zijn gemiddeld oost-west georiënteerd , maar
.. allesbehalve exact. Er komen grote afwijkingen voor.
Aan de zuidzijde kwam zo veel mogelijk in het midden de ingang
.. (Men zette twee zijstenen iets verder uit elkaar dan gebruikelijk
.. waardoor er een smalle ingang ontstond ).
.. Ervoor maakte men een kort gangetje. ( Zo'n gangetje was nodig
.. omdat de grafkamer afgedekt werd met een aarden dekheuvel;
.. zie verderop)
.. In boeken noemt men dat korte gangetje de ingangspartij of poort.
.. Het werd gemaakt uit een paar relatief kleine zijstenen met daarop
.. een relatief kleine deksteen ( poortzijstenen en poortdeksteen).
.. In het geval dat je een groot, hoog hunebed had gemaakt, moest
.. ook je aarden dekheuvel groot zijn. Als gevolg daarvan werd ook je
.. korte gangetje iets langer. Je plaatste dan niet 1 paar poortzijstenen,
.. maar 2 paar.
• De openingen tussen de grote zwerfstenen werden met kleine stenen
.. opgevuld. 
• Het hunebed werd afgedekt met een aarden dekheuvel met veelal
.. daar omheen een ovale steenkrans.
• Het hunebed werd afgesloten met een steen of een deur.

.
Vooraanzicht en plattegrond van een klein hunebed ( slechts 4 dekstenen).
... ( 2-4 dekstenen = klein ...... 5-7 = middelgroot ...... 8-10 = groot hunebed )
De meeste grafkamers lagen ongeveer oost-west gericht.
In de zuidelijke lange zijde kwam ongeveer in het midden de ingang met een
.. kort gangetje ervoor. Dat gangetje bestond bij een klein hunebed uit één enkel paar
.. poortzijstenen, maar bij grote hunebedden waren 2 paar nodig, soms zelfs 3.
... z = zijsteen ......... s = sluitsteen ......... d = deksteen
.......( De zijstenen en sluitstenen vormen samen de draagstenen.)
Alle kransstenen (k) samen vormen de steenkrans.


.
www.hunebeddeninfo.nl/d15loon

. www.hunebedden.nl/d15.htm

. http://www.hunebedden.nl/hunetxt.htm

. www.hunebeddeninfo.nl/wathunebedden

. https://issuu.com/virtumedia/docs/archeologie_mag....


 

 

 

Zeer karakteristieke esdorpen
Loon en Taarlo:

Het Drentsche Aa-gebied is nog altijd kenmerkend voor het oude
esdorpenlandschap.
Daar liggen nog steeds een aantal zeer karakteristieke esdorpen
Het zijn Loon, Taarlo, Anloo en Anderen met:
hun essen (1) tussen de groenlanden (2) en de heide (3).
Hieronder een kaart van Loon en Taarlo met de toestand rond 1900:

.• Loon en Taarlo rond 1900.
.• De dorpjes met hun essen (1) lijken eilandjes tussen de groenlanden (2) en heide (3).
.• In de dorpjes staan de boerderijen bijeen.
.• De essen zijn de gemeenschappelijke akkers die door eeuwenlange
... bemesting nog wat hoger in het landschap zijn komen te liggen.

.• Taarlo, brink met een gegrav
en dobbe.
• Een brink is een soort grasplein met vaak oude bomen, waar vroeger
.. het vee verzameld werd voordat het ging weiden in de omgeving.
• De dobbe leverde drinkwater voor het vee (en bluswater in geval van brand ).

.
• Taarlo, brink met ooievaarsnest.
• Taarlo is een van de brinkdorpen die meerdere brinken heeft.
• Brinken hebben vaak bomen, maar niet altijd zoals je hier ziet.


Je zou kunnen stellen dat in het esdorpensysteem de mest centraal
komt te staan.
Om voldoende voedsel te kunnen produceren (voor de eigen bevolking
en later voor de handel) en het akkerland langere periode vruchtbaar te houden, wordt mest van de eigen runderen en schapen ingezet.
Hierop wordt dorp en omgeving ingericht: de boerderijen dienen als verzamelplaats van de mest, waar de dieren ‘s nachts verblijven.
De uitgang is gericht naar de brink die (behalve als houtleverancier)
ook fungeert als dagelijkse verzamelplaats, waarna de runderen naar
het grasrijke, lager gelegen beekdal wordt gevoerd en de schapen
naar de heide.
Van de heide worden tevens plaggen gestoken voor de vermenging met
de stalmest.
Daarmee worden de essen, waarop de gewassen worden verbouwd, ver-
rijkt en krijgen ze in de loop van de eeuwen hun typerende lichte bolling.

.........................................................................................................

Het Drentse esdorpenlandschap zag er rond 1900 als volgt uit:

Het dorp :
De plaats daarvan was niet toevallig gekozen.
Vrijwel alle dorpen en essen in het Drentsche Aa-gebied liggen
op grondmoreneruggen (de Hondsrug en daaraan parallel lopende
ruggen: Rolderrug, etc).
Zo'n grondmorenrug is een terreinvorm (landschapsvorm) die onder
het landijs door de druk van het ijspakket is gevormd.
( In veel gevallen bestaat de grondmorene uit keileem, maar omdat op
sommige ruggen de keileem meer als keizand aanwezig is of zelfs
helemaal afwezig is, gebruiken we de ruimere term grondmorenerug. )
Voorbeelden van dorpen op zo'n grondmorenerug:
- Loon, Balloo, Rolde op de Rolderrug.
-
Tynaarlo, Zeegse en Gasteren op de Rug van Tynaarlo.
- Zeyen op de Rug van Zeyen.
Nabijheid van water was belangrijk. De oudste dorpen ontstonden
dan ook steeds op de overgang van hoog naar laag.
Ze lagen ingeklemd tussen de essen en de groenlanden.
Zo konden de toenmalige boeren zonder grote afstanden te moeten
afleggen, op de hogere gronden hun essen uitbreiden en de lagere
gronden (de groenlanden) gebruiken voor hooiland en weiland.
.
Zo'n dorp bestond uit een zwerm boerderijen met daartussen open
ruimten en brink(en).
De beplanting op de brinken, op erven en langs perceelsgrenzen
gaven het dorp een groen karakter.
Bij het dorp lagen goorns (moestuinen) (Garten (Dui) ; garden (Eng)

1. De es(sen) :
Bij het dorp lagen een of meerdere essen.
Een
es is al het akkerland van meerdere grondeigenaren in één groot
complex bijeen en alleen gezamelijk
omheind (dus niet ieder perceel
zoals bij het Celtic field).
Bijna alle essen liggen oorspronkelijk op een relatief hoog deel van
het landschap op plekken waar het
dekzand lemig en vruchtbaar is.
Dat is vaak het geval als er een
keileemlaag ondiep onder het
dekzand zit.
De essen waren gewoonlijk in een aantal
blokken verdeeld en die
waren weer onderverdeeld in een aantal stroken
(lange, smalle percelen). Die stroken waren privébezit
.
Als de es uitgebreid werd, deed men dat door een nieuw blok te be-
ginnen (blokverkaveling) en daarbij had iedereen recht op een aandeel.
De meeste boeren hadden zodoende een aantal stroken (percelen)
over de hele es verspreid. Door deze versnippering moest men goede afspraken maken over gebruik en toegankelijkheid
Rogge was eeuwenlang het belangrijkste gewas.
De es werd omheind door een eswal, of een natuurlijke begrenzing in
de vorm van een zone eikenbos. (De resten daarvan zijn de strubben).
Op deze manier probeerde men loslopend vee buiten de akkers te houden.
( Tegenwoordig zijn de essen nog goed te onderscheiden, maar wel
deels bebouwd
. Hun interne structuur is wel flink gewijzigd, het
versnipperde eigendom is door ruilverkaveling afgenomen.
Ook van de eswal is niet veel meer over. )

2. De groenlanden = graslanden (wei- en hooilanden) in het beekdal
Hier weidde men in de hoger gelegen delen het rundvee, terwijl
de lager gelegen delen, de maden, als hooiland werden gebruikt.
(Het woord made of maat is verwant aan maaien)
Die wei- en hooilanden werden tot het begin van de 19de eeuw
niet bemest, waardoor zich daar rijk bloeiende plantengemeen-
schappen konden ontwikkelen.
Toen het gemeenschappelijk gebruik van de wei- en hooilanden in
onbruik raakte, ging men de percelen scheiden met houtwallen of
sloten die als veekering dienden.
De grenswallen (dalrandwallen) zijn het oudst.
Zij vormen de grens met de veelal aangrenzende heide.
Het was een rechte wal die de dalrand ongeveer volgde.
Hierdoor werd in het ene perceel wat meer, in het andere wat minder
hoge grond bij de dalpercelen getrokken.
Vanuit deze grenswal werden de dwarswallen (zijwallen) in de
richting van de beek aangelegd tot aan de laaggelegen gronden, waar
sloten de veekerende functie konden overnemen.
Kenmerkend voor de weilanden is de opstrekkende verkaveling
met
houtwallen als veekering (zie kaart)
De
hooilanden daarentegen hebben een onregelmatige blokvormige
verkaveling
met
sloten als veekering.
(Tegenwoordig zijn veel houtwallen bij de weilanden weer verdwenen.)

.3. De heidevelden :
De heiden waren in gebruik als schapenweide en plaggenleverancier.
Voor dit laatste was de vochtige dopheide het meest geschikt. Zij had
wat meer humeus materiaal.

In de veentjes vond turfwinning plaats.
( Tegenwoordig is het Balloërveld nog steeds grotendeels heide.)


( Je zou als vierde het bos kunnen noemen, maar dat was
rond 1900 al ver teruggedrongen. Hoewel men in bepaalde gebieden
bewust bos in stand hield voor brand- en timmerhout of jacht.
Dit bos werd ook omheind, zodat de schapen erbuiten zouden blijven.)

Vanuit de dorpen was er naar buiten toe een afnemende intensiteit
van het bodemgebruik. Dat liep van de es(sen) (1), via de
groenlanden (2)
tot en met de heidevelden (3).
Met andere woorden je zorgde ervoor dat je de grond,
waar je het meest naartoe moest, het dichtst in de buurt had.
Hooien deed je immers maar één, hooguit twee keer per jaar,
dus dat mocht best een eindje weg liggen.

Het dorp met de de es(sen) (1) en de groenlanden (2) maakten
samen ongeveer 20% uit van het dorpsgebied,
de heidevelden (3) de overige 80%.


Bij deze extensieve landbouw dient elk bedrijf over grote oppervlakten
te beschikken. Die ruimte was in het oude Drenthe volop aanwezig.
Zo was bij een akkerbouwbedrijf van 12 ha in het begin van de
19 de eeuw nog gemiddeld 25 ha groenlanden en liefst ruim 100 ha
aan heideveld aanwezig !
Daarop hield men zo'n 20 stuks rundvee en 80 schapen.
Om de vruchtbaarheid van 1 ha akkerland te waarborgen was dus
meer dan het tienvoudige aan ander grondgebruik noodzakelijk.

. Schematische weergave esdorpenlandschap in Drenthe
.
Het dorp ligt ingeklemd tussen es(sen) en beekdal.
In dit schematisch voorbeeld zie je één es getekend.
.. In het Drentsche Aa-gebied hebben echter ongeveer de helft van alle
.. esdorpen er meer dan één.

.



Hoofdstuk2

. . .2.. . ZUIDLUS . .8 km

Elk vierkant van het vierkantennet is in werkelijkheid 1 bij 1 km.
Het zuidelijkste deel van de wandeling is niet echt stil, omdat je daar dicht bij
.. de weg Rolde -Assen bent en de Europaweg-Oost.
.. Landschappelijk is het echter wel goed.



Samenvatting Zuidlus:
• Je loopt over de hoge
Ballooër esch met het grote hunebed D16 Balloo,
• vervolgens door het mooie natuurgebied Kampsheide ( fotoalbum ) met
.. haar ven, grafheuvels en jeneverbesstruweel en
• tot slot langs de eerste meanders van het
Loonerdiep.

Hunebed D16 Balloo:

Een groot en bijna compleet hunebed.
Helaas zijn er nog maar enkele kransstenen.

• Ik las in een boek: "De meeste hunebedden werden gebouwd op een
.. wat hoger gelegen punt, vaak aan de rand van een laagte".
..
Hunebed D16 Balloo voldoet hier helemaal aan.
.. Het hunebed staat op een hoge plek op de rand van de Ballooër esch.
Het is een groot hunebed ( 9 dekstenen ) en bijna compleet.
Het is bijna helemaal opgebouwd uit paren zijstenen (z) die tegenover
.. elkaar staan en waar dekstenen (d) bovenop liggen.
Twee sluitstenen (s), één aan het westelijke uiteinde en één aan het
.. oostelijke , maken de grafkamer compleet.
Van de ovale steenkrans rondom de voormalige dekheuvel zijn nog
.. maar twee kransstenen (k) over.
.. ( Bij stenenroof in het verleden verdwenen die kransstenen meestal
... als eerste.)
In de bovenkant van deksteen nummer 6 zitten kleine 'putjes'.
.. Het zijn 'cupmarks' ontstaan door het kloppen met een kleine steen.
.. D16 is het enige Nederlandse hunebed met dergelijke ‘putjes’.

• Bovenaanzicht van een driedimensionaal model.
.. Zie verder: http://www.hunebeddeninfo.nl/d16balloo

• De lengteas van een hunebed is dikwijls ongeveer oost-west.
• Er zijn 9 setjes van 2 zijstenen (z) met daarop een deksteen (d).
Het korte gangetje ( poort; ingangspartij ) zit in de witte rechthoek.
.. Het wordt gevormd door één paar
poortzijstenen (z) en daarop
.. een poortdeksteen (d)
.. ( Ik vermoed dat er oorspronkelijk twee paar geweest zullen zijn en
.. dat 1 paar samen met de steenkrans opgeruimd is. )
De poort zit precies in het midden van de lange zuidzijde.
.. Erachter zie je een zeer grote deksteen met aan weerszijden 4 dekstenen.....
Van de ovale steenkrans rondom de voormalige aarden dekheuvel zijn nog
.. slechts twee kransstenen (k) over.


• Je kijkt hier naar het noorden.
Het oorspronkelijk aantal zijstenen (z) was 19
... en ... dekstenen (d) was 9
.. (dus vrijwel altijd een setje van 2 zijstenen (z) met daarop een deksteen (d).
. s = sluitsteen.
Er is nog slechts 1 paar
poortzijstenen (z) met daarop een poortdeksteen (d).
.. Zie hiervoor de witte rechthoek.

• Je kijkt hier naar het oosten.
• De westelijkste steen vlak bij de fotograaf is een sluitsteen (s),
Het oorspronkelijk aantal zijstenen (z) was 19
... en ... dekstenen (d) was 9
.. (dus vrijwel altijd een setje van 2 zijstenen (z) met daarop een deksteen (d).

Één paar
poortzijstenen (z) met poortdeksteen (d) is er overgebleven.
..
Zie hiervoor de witte rechthoek.

Wat is een hunebed ?
Een hunebed is een van grote zwerfstenen gebouwde grafkamer.
Ze komen voor in Noord-Nederland (en verder oostwaarts in Duitsland,
Polen en Zuid-Scandinavië).
De overledenen kregen eten en drinken in potten mee, maar ook
gereedschap, wapens en sieraden.
De hunebedden komen uit de Nieuwe steentijd, circa 5.000 j geleden.
Dat was de tijd van de eerste boeren.
Ze zijn gebouwd door de mensen van de Trechterbekercultuur.
De graven werden gebruikt gedurende vele generaties door bepaalde vooraanstaande families.
.
.


Hoe bouw je een hunebed:

• Eerst verzamelde men zwerfstenen. Deze waren in de voorlaatste
.. ijstijd, ongeveer 150.000 jaar geleden, uit Scandinaviën door het
.. landijs hierheen geschoven.
.. Vele hadden onderin het landijs ingesloten gezeten en honderden
.. kilometers over rotsen en bevroren bodems geschuurd. Daardoor
.. kregen ze één plat vlak. Dergelijke stenen waren het meest geschikt.
.. ( Je kon dan een enigszins rechthoekige ruimte maken en je kon
.. dergelijke stenen gemakkelijker m.b.v. ronde boomstammen,
.. touwen en ossen, maar bovenal mankracht naar de bestemming
.. slepen.)
Idealiter bouw je zo'n hunebed met setjes van 3 grote stenen.
.. Twee zijstenen staan enigszins schuin tegenover elkaar
.. met hun platte vlak naar binnen.
.. Daar ligt steeds een grote deksteen horizontaal bovenop
.. met haar platte vlak onder (zie foto ). ..

.

• Als je een aantal keer zo'n setje van 3 stenen achter elkaar zet en
.. ze aan beide korte uiteinden afsluit met nog een sluitsteen,
.. krijg je een rechthoekige grafkamer met muren en een dak.
• Hunebedden zijn gemiddeld oost-west georiënteerd , maar
.. allesbehalve exact. Er komen grote afwijkingen voor.
Aan de zonnige zuidzijde kwam zo veel mogelijk in het midden de
.. ingang (Men zette twee zijstenen iets verder uit elkaar dan
.. gebruikelijk waardoor er een smalle ingang ontstond)
.. Ervoor maakte men een kort gangetje. ( Zo'n gangetje was nodig
.. omdat de grafkamer afgedekt werd met een aarden dekheuvel;
.. zie verderop)
.. In boeken noemt men dat korte gangetje de ingangspartij of poort.
.. Het werd gemaakt uit een paar relatief kleine zijstenen met daarop
.. een relatief kleine deksteen ( poortzijstenen en poortdeksteen).
.. In het geval dat je een groot, hoog hunebed had gemaakt, moest
.. ook je aarden dekheuvel groot zijn. Als gevolg daarvan werd ook je
.. korte gangetje iets langer. Je plaatste dan niet 1 paar
.. poortzijstenen, maar 2 paar.
• De openingen tussen de grote zwerfstenen werden met stopstenen
.. opgevuld. 
• Het hunebed werd afgedekt met een aarden dekheuvel met veelal
.. daar omheen een ovale steenkrans.
• Het hunebed werd afgesloten met een steen of een deur.

.
Vooraanzicht en plattegrond van een klein hunebed ( slechts 4 dekstenen).
... ( 2-4 dekstenen = klein ...... 5-7 = middelgroot ...... 8-10 = groot hunebed )
De meeste grafkamers lagen ongeveer oost-west gericht.
In de zuidelijke lange zijde kwam ongeveer in het midden de ingang met een
.. kort gangetje ervoor. Dat gangetje bestond bij een klein hunebed uit één enkel
.. paar poortzijstenen, maar bij grote hunebedden waren 2 paar nodig, soms zelfs 3.
... z = zijsteen ......... s = sluitsteen ......... d = deksteen
.......( De zijstenen en sluitstenen vormen samen de draagstenen.)
Alle kransstenen (k) samen vormen de steenkrans.

. www.hunebeddeninfo.nl/d16balloo

. http://www.hunebedden.nl/d16.htm

. http://www.hunebedden.nl/hunetxt.htm

. www.hunebeddeninfo.nl/wathunebedden

. https://issuu.com/virtumedia/docs/archeologie_mag....

 

 


Grafheuvels (tumuli) op de Kampsheide:
Nieuwe steentijd, Bronstijd, IJzertijd.

De Kampsheide is een klein maar mooi natuurgebiedje met o.a.
prachtig jeneverbesstruweel en een ven. Maar Kampsheide is nog
veel méér.
Van circa 3500 v. Chr. tot het begin van de jaartelling is dit gebied
permanent bewoond geweest. Daarvan getuigen de prehistorische
graven
( denk aan hunebed D16 Balloo en tientallen grafheuvels).
Later verplaatste de menselijke activiteit zich naar de hogere,
zwaardere gronden oostwaarts richting Balloo.

Hier op de Kampsheide vind je grafheuvels uit verschillende periodes,
namelijk de Nieuwe steentijd, Bronstijd en IJzertijd (zie tijdlijn hieronder).
In de Bronstijd en IJzertijd werden de doden niet langer begraven,
maar gecremeerd. De verbrande resten werden in een urn of in een
doek gedaan, waarna deze in een reeds bestaande heuvel werd bijgezet.
Naast deze grafheuvels is er ook nog een urnenveld en een restantje
van een Celtic field [ spreek uit Keltik]. Dit is een gebied met vele,
kleine omwalde akkertjes uit de IJzertijd.
.
.

.• Deze grafheuvel in het mooie natuurgebied Kampsheide is wel 3 meter hoog.
.. Er zijn verschillende malen doden in begraven.
.. Bij elke begrafenis werd de heuvel wat opgehoogd en uitgebreid.


. Een aantal grafheuvels zijn begroeid met jeneverbesstruweel.


Deurzer- en Loonerdiep:
(een van de middenlopen van de Drentsche Aa)


Een meander is een lus in de loop van een natuurlijke waterloop
.. (beek of rivier).
Een serie meanders ontstaan doordat stromend water in een beek, bij
.. aanwezigheid van een hindernis niet meer rechtdoor stroomt.
.. Waar in een door oevers begrensde rechte beekloop aan één zijde ..
.. een hindernis ontstaat, bijv. door een in de bedding gevallen boom of
.. door een toevallige plaatselijke ophoping van bijv. grind, zal het water
.. daar tegenaan 'botsen', een richtingsverandering ondergaan en
.. schuin op de tegenover-liggende oever toestromen.
.. Daar spoelt de stroming grond weg. Er treedt erosie op.
.. De oever wordt enigszins uitgehold.
.. We noemen deze oever de steile oever of stootoever.
.. Vervolgens komt de tegen deze oever 'teruggekaatste' waterstroom
.. nu weer schuin tegen de andere oever, waar eveneens erosie gaat
.. optreden, enz.
.. Op deze wijze ontstaat langs een oorspronkelijk rechte beekloop een
.. serie oeveruithollingen, die afwisselend aan de ene en de andere
.. zijde liggen.
Tegelijk met deze oevererosie treedt langs de overkant, waar de ..
.. stroomsnelheden juist verminderd zijn, sedimentatie (afzetting) op.
.. Daar wordt zand en grind afgezet).
Na een tijd krijgen we dus buitenbochten waar steile oevers zijn .. ..
.. uitgeschuurd en daar tegenover binnenbochten waar grond wordt
.. afgezet.

. Schematische kaartjes met opeenvolgende ontwikkelingsstadia van een serie
.. beekmeanders onder invloed van een hindernis aan één zijde in de bedding.


• Mooi houten vlonderpad over het natte, moerassige beekdal van het Deurzerdiep.


Het Loonerdiep meandert nog heel natuurlijk over haar dalbodem.
.. In de binnenbocht vindt sedimentatie plaats en is er daarom een flauwe oever.
.. In de buitenbocht, waar de fotograaf staat zorgt erosie voor een steile oever.

Drentsche Aa:
De Drentsche Aa is niet één afzonderlijke beek, maar een heel stelsel
van beken. Het begint in het midden van Drenthe, groepeert zich wat
verder noordelijk in twee hoofdtakken:
- westelijke tak t/m Taarlosche Diep en
- oostelijke tak t/m Gastersche Diep
Ze komen uiteindelijk bij Oudemolen samen en gaan verder als Oudemolensche Diep, daarna Schipborgse Diep, etc. in een lange
kronkelige hoofdloop richting de stad Groningen.
Aa betekent 'stromend water' en omdat er in Nederland meerdere Aa's
.. voorkomen, spreken we ter onderscheid hier van Drentsche Aa.
De beken en zijbeken zijn vernoemd naar het dichtstbijzijnde dorp/veld.
.. Pas in de buurt van Groningen heet de beek Drentsche Aa.



Beoordeling:
Beide wandellussen zijn mooie en interessante wandelingen.
Ook de teksten van de aandachtspunten zijn goed.
Dus tot zover niets dan lof.
Er waren in 2019 echter enkele tekortkomingen in het wandelgidsje.
1. Het topografisch kaartfragment was gedateerd en minder duidelijk dan
mijn open topo kaartjes. Neem dus een afdruk van mijn kaartjes mee.
2. Je moet onderweg te veel bladeren in je wandelgidsje.
Dit zou verminderd kunnen worden door net als bij een LAW gids
op de ene pagina een kaartje van een lus te zetten en
op de tegenoverliggende zijde de routebeschrijving.
Je hoeft dan alleen nog maar te bladeren als je even naar een
aandachtspunt wilt. Dat is een tiental keer per wandellus.

 

Esdorpen: buurschappen en kerkdorpen:
Het
Drentsche Aa-gebied kende in het verleden tientallen esdorpen
met ieder hun eigen
marke (= dorpsgebied).
De meeste esdorpen waren
buurschappen ( hadden geen kerk ).
.. Voorbeelden hiervan waren
Loon, Taarlo, Balloo, Deurze en Gasteren.
Slechts 1 op de 4 esdorpen waren
kerkdorpen.
.. Voorbeelden hiervan waren Rolde en Anloo.

Fotoalbum:
Nog geen gevonden.




Knapzak-ABC:
Zie: https://knapzakroutes.nl/bokd/knapzak-abc/
Hier wordt het landschap uitgelegd met behulp van 60 trefwoorden.
Denk daarbij aan woorden als: boermarke, brink, Celtic field en havezate.


Routeboekje:

.
..
K 30 Loon - Taarlo



Achtergrondinfo hunebedden:

.
..
Gids voor de hunebedden in
..... Drenthe en Groningen.

..... Wijnand van der Sanden,
..... Tweede, herziene druk,
..... WBOOKS, Zwolle




Te bestellen bij:
Reisboekwinkel de Zwerver ( webshop voor reisgidsen en landkaarten) 


... Deze wandelsite is niet-commercieel, onafhankelijk en gratis.
... Dat is enkel mogelijk door steun van de bezoekers.
...
... Heb je hier goede info gevonden, toon dan je waardering door een
... kleine donatie voor het vele werk.
... .Zo kan de website ook gratis blijven en uitgebouwd worden!

............................................... .
... • Betaal met deze knop in een paar klikken via je eigen PayPal-saldo.
... • Heb je zelf nog geen PayPal-rekening, dan kun je toch via PayPal
...... vanaf j
e creditcard geld overmaken.

....Uiteraard kun je ook doneren door overschrijving op mijn
.. ING-bankrekening:

.. IBAN : NL38 INGB 0003 5057 89
.. BIC : INGBNL2A
.. t.n.v. P. C.M. Smulders.



Andere mooiste knapzakroutes vind je op:
.
www.pietsmulders.nl/nederland_knapzakroutesdrenthe.html

LAATST BIJGEWERKT : 29-5-2019