.
ERDALEN

Dal aan noordwestzijde van de Jostedalsbreen

 

 

.2.+ 1 ½. =. 3 ½ uur (zuivere looptijd).
.
Je stijgt 375 hm, waardoor heen langer duurt dan terug.
.
Je kunt desgewenst de wandeling verlengen tot ongeveer 5 (?) uur door al bij de fjord aan te vangen. Het agrarisch landschap in het begin van het dal was ook aardig.

. Middelzwaar.


Heen-en-terugwandeling vanuit boerderij Greidung (op 150 m hoogte) naar Vetledalseter (Turisthytte) (op 525 m).

De Jostedalsbreen is een plateaugletsjer.

Hier in Erdalen aan de noordwestzijde van Jostedalsbreen regent het tamelijk veel (2000 mm neerslag per jaar)

 Wandelboekje: verkrijgbaar bij het Jostedalsbreen Nasjonalparksenter aan het meer Strynsvatn.



......Groen= bos. .... Grijs= open gebied.
..... Geel= landbouwgebied
.

Dit kaartfragment is voldoende. Je hoeft dus geen turkart te kopen.

Een goede kaart van heel Noorwegen vind je op www.norgeskart.no


Parkeer de auto in het dal voorbij boerderij Greidung (op 150 m hoogte)
Erdalen heeft het typische lengteprofiel van een voormalig gletsjerdal.
Zo'n profiel wordt gekenmerkt door de opeenvolging van trogvormige bekkens en rotsdrempels.
In de trogvormige bekkens liggen vaak langgerekte meren. Ze kunnen ook opgevuld zijn met zand en grind. Dit laatste is hier het geval.
In de rotsdrempels heeft de rivier dikwijls scherpe V-dalen of nauwe kloven uitgeschuurd. Bij de hoogte Loppeset, heb je zo'n rotsdrempel.
Hier bovenop is een mooi uitzichtpunt in de richting van de fjord.
Storesætra is een setergehucht met recreatiewoningen.
Na 1 uur bereiken we de zelfbedieningshut Vetledalseter Turisthytte.
Soms hoor je een soort kanonschot. Dit wordt veroorzaakt door een afgebroken stuk ijs (van de gletsjer) dat naar beneden dendert.
Mooie populatie edelherten in dit dal.



Staande bovenop de rotsdrempel Hesthammaren en omkijkend in de richting van de Fjord.


Wandelpad.


Een Sandur (= spoelzandvlakte), waar meerdere geulen van de rivier zich veelvuldig vertakken en weer samenkomen met andere. Het is hier dus een vlechtende rivier.


Boven-Erdalen.

 

1. Jostedalsbreen (ca. 480 km²)

. Deze plateaugletsjer/ijskap is de grootste van het Europese vasteland, (en na de Vatnajøkull (ca. 8400 km²) op IJsland de tweede grootste van Europa.)
. Ze ligt tussen de Sognefjord en de Nordfjord.
. Van noord naar zuid is ze ca. 60km lang.
. Het hoogste punt óp de gletsjer is de Høgste Breakulen (1957m) en de hoogste berg is de Lodalskåpa (2083m) (zie kaart).

.

Jostedalsbeen
heeft tientallen gletsjertongen. Zeer bekend daarvan zijn:

1. Briksdalsbreen:
This outlet glacier retreated (slonk; week terug) about 800 meters between 1932 and 1951 and in front of it, a small body of water called Briksdalsvatnet appeared.
Interestingly, the water was later covered by glacier movement and then was uncovered yet again in 2008.


2. Nigardsbreen:
On this outlet glacier you can make glacier walks.
The name of the glacier comes from a local farm that was crushed by it in about 1750 when the glacier advanced (oprukte) several kilometers in just 50 years.
It eventually stopped advancing 4.5 kilometers from where it stands today.

Since 2000, the glacier has retreated (geslonken; teruggeweken) quite a bit but still remains one of the most popular glaciers in Norway to visit.


www.youtube.com/watch?v=GJTtz1zzhTk
.
.
. De gletsjertong Nigardsbreen is een van de grotere uitlopers van de plateaugletsjer Jostedalsbreen.

.
. The Nigardsbreen glacier in 1990.
. In 1930 the front of Ni
gardsbreen glacier lay at the lake outlet (uitloop), and it retreated ( slonk; week terug) rapidly until 1990. Since then it has advanced (opgerukt; vooruitgegaan) slightly.
. All of the lobate moraine ridges between the lake and the houses are marginal moraines
(randmorenewallen) which were deposited during the long period between 1750 and 1930.

. Note the typical U-shaped valley which has formed by the glacier.

.
. Lengteprofiel van de Nigardsbreen.
. Rond 1720 - 1750 rukte de gletsjertong op. Ze verwoestte daarbij onder andere de boerderij Nigard (vandaar de naam Nigardsbreen)
. Sinds 1750 is de gletsjertong korter geworden (ca. 4 km) en ook dunner.
. Een aantal korte fasen van vooruitgang leverden eindmorenewallen op voor de gletsjer.


3. Bøyabreen:
It is located in Fjærland and is easy to see from the Rv5 when driving.
The reason this glacier made the list is that it is definitive proof of climate change and the glacier arm has retreated (geslonken) so much that is is hardly necessary to measure its length anymore.

.


4. Austerdalsbreen:
This outlet glacier is fed by the three colossal icefalls: Odinsbreen, Torsbreen and Lokebreen.
The lower, flat part of Austerdalsbreen displays a characteristic fishbone or lobster
(zeekreeft) tail pattern.
Here is one of the most classical glacier hikes in Norway, the crossing of Jostedalsbreen from Tungestølen over the glacier down to Kattenakken and Briksdal. This trip was first completed and documented by William Cecil Slingsby in 1894.

.
. Je kijkt hier noordwestwaarts langs de gletsjertong Austerdalsbreen naar twee ijsvallen in de verte (Noorwegen heeft niet alleen watervallen, maar ook ijsvallen!) Deze foto is genomen vanaf de rotsdrempel een beetje verder dan het gedenkteken van Slingsby. Twee van de drie ijsvallen zijn daar te zien. Ze zijn genoemd naar Noorse goden.

 

 

1. Het dwarsprofiel van voormalige gletsjerdalen is U-vormig met steile dalwanden en brede, vlakke dalbodem.

. Dalen (en fjorden) die in het Pleistoceen langdurig vergletsjerd zijn geweest, bezitten veelal een karakteristieke dwarsdoorsnede.
In vergelijking met niet-vergletsjerde rivierdalen, die vaak een V-vormige dwarsdoorsnede hebben, zijn de dalbodems sterk verbreed en zijn de dalwanden, althans onder in de dalen, veel steiler geworden. Het dwarsprofiel is daardoor U-vormig. Men spreekt van 'trogdalen'. (De U-vormige dwarsdoorsnede wordt vaak nog geaccentueerd doordat het laagste deel van de dalbodem na de vergletsjering verder vervlakt is door:
. opvulling van meren, en/of
. afzetting van rivierzand en -grind.

. De verbreding van de dalbodems is het gevolg van de omstandigheid dat gletsjererosie, i.t.t. riviererosie, niet beperkt is tot een smalle strook onderin het dal (de rivierbedding zelf), maar plaatsvindt over de gehele door ijs bedekte oppervlakte (dus de gehele dalbodem en het onderste deel van de dalwanden (zie fig. 2 hieronder).

.
. The formation of a U-shaped cross-profile.
. Fig. 1 Before the Ice Age:
Rivers in mountains ran down V-shaped valleys.

. Fig. 2 During the ice Age:
When a glacier rumbled down the same valley the ice was so thick that it was able to abrade
(schuren) and pluck (plukken) the valley floor (dalbodem) as well as the valley sides (dalwanden).
(plucking = a type of glacial erosion that occurs when ice freezes onto the landscape, ripping out
rocks when it moves).
So the V-shaped valley became a U-shaped valley, with a flat floor
(bodem) and steep sides (wanden).
Its cross-profile
(dwarsdoorsnede) is U-shaped (U-vormig)

. Fig .3 After the Ice Age:
Now that the ice has all gone, this U-shaped valley has a river flowing through them again. But the river is too small for this very wide valley and is called misfit stream
(hongerrivier).
At the valley sides
(dalwanden) , scree (hellingpuin) often builds up from all the freeze-thaw weathering (vorstverwering) that has taken place on the valley sides (dalwanden) above.


. Hoe diep de uitschuring is, houdt vooral verband met de hardheid van het gesteente, daarnaast de dikte en stroomsnelheid van het ijs.

. Kleine zijgletsjers zijn minder dik dan de hoofdgletsjers. Daardoor zijn de dalen van kleine zijgletsjers ook veel minder diep uitgeslepen dan de hoofdgletsjerdalen waarin zij uitmonden. Dit leidt, na afsmelting, tot de aanwezigheid van 'hangende' zijdalen. (Zie tekening B)
(Bij rivier-erosie ligt de bodem van het zijdal bij de monding gewoonlijk wel op hetzelfde niveau als de bodem van het hoofddal)

.

.

A. During maximum glaciation (vergletsjering) , the U-shaped trough (trog) is filled by ice to the level of the small tributaries (zijgletsjers).

B. After glaciation the trough floor (trogbodem) may be occupied by a stream and ribbon lakes (langgerekte meren).

C. If the main stream is heavely loaded, it may fill the trough floor with alluvium (alluvium; alluviale afzetting).

D. Should the glacial trough (gletsjertrog) have been deepened (uitgediept) below sea level, it will be occupied by a deep, narrow estuary known as fjord.

Een fjord is eenzelfde terreinvorm als een U-vormig dal, maar hier heeft de gletsjer zich zo diep ingesneden dat na het afsmelten van het ijs dit U-vormige dal met zeewater is gevuld (zie tekening D).
Je ziet dat op de fjordbodem nog geen alluviale afzettingen zijn.
Slechts bij het boveneinde van een fjord is er een begin van delta-afzettingen in de fjord. Denk bijv. aan Lysebotn; zie: www.pietsmulders.nl/dagwand


2. Het lengteprofiel van voormalige gletsjerdalen bestaat uit een afwisseling van trogvormige bekkens en rotsdrempels.

.


. Trogvormige bekkens:
Ze ontstaan doordat het dikke gletsjerijs in staat is om het puin uit een bekken omhoog te transporteren. Het plaatselijk gesteente moet wel relatief zacht zijn.
Ze kunnen diepten bereiken van tientallen, zelfs honderden meters. Aanvankelijk vullen deze trogvormige bekkens zich met langgerekte meren (ribbon lakes) Maar omdat de gletsjerrivieren veel sediment meevoeren worden ze geleidelijk opgevuld met delta-afzettingen en ontstaan er vervolgens spoelzandvlaktes bestaande uit rivierzand en -grind.

. Rotsdrempels:
Deze rotsige ruggen dwars over het dal vormen het relatief harde gesteente tussen twee trogvormige bekkens in.
In een rotsdrempel heeft de rivier dikwijls een scherp V-dal of een smalle rivierkloof uitgeschuurd.



. Bij een U-dal is de overgang tussen de dalwand en de dalbodem dikwijls bedekt met naar beneden gevallen puin dat zich verzamelt heeft in een puinhelling.


. De afwisseling tussen brede en smalle gedeelten in U-dalen en tussen trogvormige bekkens en rotsdrempels wordt meestal veroorzaakt de verschillen in hardheid van het gesteente.

. Sommige voormalige gletsjerdalen eindigen in een steile rotswand bij het boveneinde van het dal. De rivier vormt daar dikwijls een waterval en een aanpassingskloof. Bekende voorbeelden daarvan zijn:
. de Vøringfossen in het Måbødalen,
. de Trollstigen met Stigfossen in het Isterdalen,
. de Rjukanfossen in het Vestfjorddalen


.
. Het boveneinde van het Isterdalen met enige haarspeldbochten van de Trollstigen en de waterval Stigfossen.

 

 

Deze wandelsite is niet-commercieel, onafhankelijk en gratis. Dat is enkel mogelijk door steun van de bezoekers.

Heb je hier goede info gevonden, toon dan je waardering door een kleine donatie voor het vele werk.
Zo kan de website ook gratis blijven en uitgebouwd worden!

................................... .
. Betaal met deze knop in een paar klikken via je eigen PayPal-saldo.
. Heb je zelf nog geen PayPal-rekening, dan kun je toch via PayPal vanaf je creditcard geld overmaken.

Uiteraard kun je ook doneren door overschrijving op mijn
ING-bankrekening:

IBAN : NL38 INGB 0003 5057 89
BIC : INGBNL2A
t.n.v. P. C.M. Smulders.


Zie voor andere dagwandelingen Zuid-Noorwegen:
www.pietsmulders.nl/noorwegen......html


LAATST BIJGEWERKT : 9-2-2021.